110697 | O.M. / V.G.T.

Gent,9 mei 1996, 10e K.

T.Milieurecht, januari 1997, V.6, (1), 55-56

Het spoelen van een vuil ruim van een schip met water uit het kanaal, dat nadien terug in het kanaal wordt geloosd, maakt een verontreinigde vloeistof uit in de zin van art. 2 van de wet 26.03.1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging. Het volstaat dat de vloeistof verontreinigd is. Een effectieve verontreiniging van het oppervlaktewater of ontoelaatbare belasting van het milieu is te dezen niet vereist. De schipper heeft zich geenszins bekommerd om het milieu en de grote inspanning die door de overheid wordt geleverd om dit milieu leefbaar te maken of te houden. Anderzijds, rekening houdende met de economische beweegredenen die een rol hebben gespeeld, heeft de eerste rechter terecht slechts een geldboete opgelegd.