129299 | 04.12.1997 V. nr. 115 (Vl. P.): Septische putten - Opportuniteit

MALCORPS Johan

V. en A., Vl.P., 13.02.1998,1997-1998, (9), 1259

De verplichtingen in titel II van Vlarem ten aanzien van een individuele voorbehandelingsintallatie verschillen naargelang de lozingssituatie.
In een zuiveringszone A of B wordt het huishoudelijk afvalwater bij voorkeur rechtstreeks geloosd in de openbare riolering. Daarenboven worden bestaande septische putten in de zuiveringszone B bij voorkeur afgekoppeld wanneer de aansluiting op de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) wordt gerealiseerd (Vlarem II, art. 6.2.1.3., par. 5 en art. 4.2.7.2.1., par. 5). Indien de afwateringssituatie of de aard van de toegepaste zuiveringstechnologie dit vereist, kan door het gemeentebestuur echter worden opgelegd dat het afvalwater via een individuele voorbehandelingsinstallatie moet worden geleid alvorens te lozen in de openbare riolering (Vlarem II, art. 6.2.1.3., par. 2 en art. 4.2.7.2.1., par. 2). Dit betekent dat in de zuiveringszones A en B een septische put niet verplicht is en bij voorkeur wordt afgekoppeld, tenzij anders bepaald door de gemeente wanneer zij, gelet op de afwateringsituatie of de aard van de toegepaste zuivering, een individuele voorbehandeling toch aangewezen acht. In dit geval schrijft de 'Code van goede praktijk' (Krachtlijnen voor een geïntegreerd rioleringsbeleid in Vlaanderen) voor dat zij hierover overleg pleegt met Aquafin en/of de Vlaamse Milieumaatschappij.
Wanneer wordt geopteerd voor het behoud van septische putten blijven de onderhoudsvoorschriften van toepassing (Vlarem II, art. 4.2.7.3.1. en 6.2.1.4.).
Heel anders is de situatie in geval van lozing in de openbare riolering in de zuiveringszone C of in geval van lozing in oppervlaktewater of een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater. In deze gevallen is een individuele voorbehandeling altijd verplicht. Voor bestaande woningen wordt een septische put alleen voldoende geacht (Vlarem II, art. 4.2.7.1.1., par. 2), voor nieuwe woningen is een verdergaande biologische behandeling verplicht en moet deze onmiddellijk operationeel zijn. Afhankelijk van de lozingssituatie moet de septische put onmiddellijk (in geval van lozing in oppervlaktewater of gracht) aanwezig zijn of geldt een overgangstermijn tot 01.08.2000 (in geval van lozing in de zuiveringszone C).
Wat de ruiming van septische putten en de afvoer naar een openbare zuiveringsinstallatie betreft, is het zo dat dit septische materiaal niet naar alle openbare zuiveringsinstallaties kan worden afgevoerd, maar slechts naar die RWZI's welke hiervoor uitgerust zijn en hiervoor een milieuvergunning hebben. Er wordt wel gestreefd naar een maximale ruimtelijke spreiding, om alle gemeenten binnen een zo klein mogelijke afstand te kunnen bedienen. Een aantal zuiveringsinstallaties dient te worden aangepast om de ontvangst en verwerking van septisch materiaal te optimaliseren.