142998 | 19.12.1998 Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1999 - Oppervlaktewateren (art. 3-6)

Min.-president van de Vlaamse regering,Vlaams min. van Buitenlands Beleid, Europese Aangelegenheden, Wetenschap en Technologie, VAN DEN BRANDE Luc

B.S., 31.12.1998,2e uitgave, V.168, (251), 42168-42169; Stuk. zie doc. nr. 142918

Deze afdeling beoogt enkele wijzigingen aan te brengen in de art. 32duodecies, 35quater, 35quinquies en 35septies van de wet 26.03.1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging. De mogelijkheid wordt voorzien om de gewestbijdrage in de kosten van aanleg en verbetering door gemeenten van openbare riolen te verhogen van 50 tot 75 %. Het is immers de bedoeling de voorwaarden van art. 32duodecies, par. 1 aan te scherpen met maatregelen die tegelijkertijd ook ten goede komen van de waterbeheersing.
In de praktijk blijkt in de gevallen dat de waterfactuur het waterverbruik niet vermeldt, een eindfactuurbedrag gehanteerd te worden waarin de aftrek voor de gratis waterverlening is verrekend. Voor de berekening van het waterverbruik is het daarom meer correct het factuurbedrag, verhoogd met bedoelde aftrek, in aanmerking te nemen. Gelet op de evolutie van de drinkwaterprijzen wordt de deler 40 verhoogd tot 50.
Het in afwachting van een vergunning door bedrijven geloosde koelwater kan voor de heffingsplicht niet als koelwater in aanmerking genomen worden en wordt daarom dus als afvalwater beschouwd en als dusdanig ook (zwaarder) belast. De wijziging heeft als doel dat de koelwaters niet langer berekend worden op basis van afvalwater, maar wel op basis van koelwater, waar het overigens in werkelijkheid ook technisch om gaat.