146107 | n.v. L.C. / V.M.M.

Gent,29 januari 1998, 11e K.

T.Milieurecht, december 1998, V.7, (6), 470-473

Eiseres is als exploitante van een groenten-conservenfabriek onderworpen aan de heffing op de waterverontreiniging en is in die hoedanigheid gehouden overeenkomstig art. 35octies, par. 1 van de oppervlaktewaterenwet van 26.03.1971 een aangifte te doen bij de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) met het oog op de berekening van de vuilvracht op basis van haar meet- en bemonsteringsresultaten.
Eiseres voert aan dat de heffing in vergelijking met de vorige jaren zeer hoog is.
Gezien de metingen correct zijn en de resultaten nooit werden betwist, beantwoorden de beschikbare meetgegevens aan de reƫle vervuiling, zodat het realiteitsbeginsel geenszins geschonden is.
Uit het legaliteitsbeginsel volgt dat noch de administratie, noch de rechter iets aan de fiscale wet kunnen toevoegen en evenmin bepalingen kunnen verwijderen. De belastingverbintenis ontstaat uit de eenzijdige wil van de overheid, zodat geen vrijstelling of vermindering van belasting kan worden ingevoerd dan door een wet. De vergelijking naar andere heffingsjaren is niet dienend. Ieder heffingsjaar dient beoordeeld te worden rekening houdend met de gegevens van dit specifieke heffingsjaar.