146756 | V. en crts / O.M.

Cass.,12 mei 1998, 2e K.

R.W., 27.02.1998, V.62, (26), 881-883; Arr. Cass., 1998, (4), 527-532

Luidens art. 4bis Algemeen Lozingsreglement zijn de, overeenkomstig art. 9 en 20 van dit besluit bepaalde, algemene en sectorale voorwaarden maximumwaarden die op elk ogenblik nagekomen dienen te worden, tenzij zij in de lozingsvergunning werden omgezet in gemiddelde waarden voor een periode van 24 uur.
Deze bepaling geldt ook voor de voorwaarden die zijn gekoppeld aan een sectoraal referentievolume of die op grond hiervan vanuit het specifiek lozingsvolume van de onderneming worden berekend.
Er bestaat geen reden om het referentie- of specifieke volume, dat reeds in acht wordt genomen bij het bepalen van de toegelaten grensconcentratie voor elke algemeen of sectorale lozingsvoorwaarde in de vergunning, nogmaals in rekening te brengen bij de beoordeling van de monstername of de toetsing van de analyseresultaten aan deze voorwaarden.

Een vergunning, als beschikking van de overheid die iets toestaat wat tevoren niet was geoorloofd en waarbij de overheid bepaalde handelingen niet onmogelijk wil maken, maar ze toch in het algemeen belang aan toezicht wil onderwerpen, brengt met zich mee dat de hierbij opgelegde voorwaarden te interpreteren zijn in de zin dat zij een daadwerkelijk toezicht op de naleving van de uitbatingsvoorwaarden nastreven.

Het bij art. 41, par. 1, 4, Oppervlaktewaterenwet strafbaar gestelde verzet tegen de uitvoering van de opdrachten van controle, toezicht en opsporing van de hiertoe aangewezen ambtenaren kan bestaan in de weigering om te voldoen aan een uitnodiging of het bevel van de vermelde ambtenaren om aan een feitelijkheid waardoor dit toezicht onmogelijk wordt gemaakt, een einde te stellen.