150523 | 23.03.1999 BVR tot wijziging van het BVR 30.03.1996 houdende vaststelling van de voorwaarden onder dewelke, alsook van de verhouding in dewelke het Vlaamse Gewest bijdraagt in de kosten verbonden aan de aanleg en de verbetering door de gemeenten van openbare riolen, andere dan prioritaire rioleringen, evenals houdende vaststelling van nadere regels met betrekking tot de procedure tot vaststelling van subsidiëringsprogramma's

Min.-president van de Vlaamse regering,Vlaams min. van Buitenlands Beleid, Europese Aangelegenheden, Wetenschap en Technologie, VAN DEN BRANDE Luc

B.S., 30.04.1999, eerste uitgave, V.169, (85), 14710-14713

Dit besluit wijzigt de subsidiëringsvoorwaarden van de Vlaamse regering in de kosten verbonden aan de aanleg en de verbetering door de gemeente van openbare riolen, andere dan prioritaire rioleringen.
Tot op heden is deze subsidie vastgesteld op 50% van een deel van de kosten. Bij de aanleg van nieuwe riolen moet de code van goede praktijk worden toegepast. Dit betekent dat maximaal gescheiden stelsels aangelegd dienen te worden. De kostprijs van een gescheiden stelsel is hoger dan die van een gemengd stelsel, tenzij het hemelwater afgevoerd kan worden via een bestaand grachtenstelsel.
Om de aanleg van een gescheiden stelsel met herwaardering van het grachtenstelsels aan te moedigen, wordt het bestaande subsidiëringsbesluit nu verder verfijnd door:

  • de subsidie te beperken tot de gemeenten die op hun grondgebied een geïntegreerd waterbeleid voeren;
  • aan de gemeente een hogere subsidie te verlenen voor de aanleg van een gescheiden stelsel;
  • de subsidieerbare werken uit te breiden met projecten inzake herwaardering van grachten of de aanleg van retentie- of infiltratiebekkens;
  • en een gratis kwaliteitscontrole van het rioleringsdossier te voorzien op maat van de gemeenten vanaf de totstandkoming van het dossier.
De subsidieverhoging tot 75% voor de aanleg van een gescheiden stelsel wordt gekoppeld aan de voorwaarde dat de gemeente op haar grondgebied een subsidieregeling invoert voor de bouw van regenwaterputten en een bouwverordening vaststelt die bepaalt dat voor nieuwbouw een hemelwaterput geïnstalleerd moet worden.
Art. 1, 2, 4, 5 en 6, van het bovenvermeld besluit worden dus gewijzigd.
Een nieuwe art. 10 wordt ingevoerd en art. 9, al. 2, wordt opgeheven.

nvdr: Het BVR 30.03.1996 houdende vaststelling van de voorwaarden onder dewelke, alsook van de verhouding in dewelke het Vlaamse Gewest bijdraagt in de kosten verbonden aan de aanleg en de verbetering door de gemeenten van openbare riolen, andere dan prioritaire rioleringen, evenals houdende vaststelling van nadere regels met betrekking tot de procedure tot vaststelling van subsidiëringsprogramma's is opgeheven door het BVR 01.02.2002 met betrekking tot de subsidiëring van de aanleg door de gemeenten van openbare rioleringen, andere dan prioritaire rioleringen, en van de bouw door de gemeenten van kleinschalige rioolwaterzuiveringsinstallaties (doc. nr. 175917).