151557 | S. / INASEP, Waalse Gewest en gemeente A.

Cass.,3 oktober 1997, 1e K.

R.W., 15.05.1999, V.62, (37), 1351-1352 + noot 1352; Arr.Cass., 1997, deel 6,921-929

Artikel 5 van het KB van 05.08.1970 houdende het politiereglement op de onbevaarbare waterlopen, bepaalt dat enkel de kunstwerken waarvan de overheid het bestaan kende en die door haar als ongevaarlijk en onschadelijk waren erkend, mogen blijven bestaan.
Volgens de wet van 15.03.1950 op de onbevaarbare waterlopen zou het art. 10 van de oude wet op de onbevaarbare waterlopen van 07.05.1877 blijven bestaan totdat de Koning een regeling trof aangaande de wederrechtelijk uitgevoerde werken. Dit gebeurde door het KB van 10.06.1955.
Tenslotte verduidelijkt het Hof dat, inzake aansprakelijkheid buiten overeenkomst, de aantasting van een belang slechts aanleiding kan geven tot een schadeloosstelling, indien het om een wettig belang gaat. Wanneer bewezen is dat het water op onwettige wijze werd afgeleid door de eigenaar van de oevers (met andere woorden zonder machtiging van de bevoegde overheid), betreft het geen wettig belang.