162610 | NEDERHOFF L. en Zn / Dijkgraaf en Hoogheemraden van het Hoogheemraadschap Rijnland

Hof van Justitie EEG, 29 september 1999, nr. C-232/97

T.Milieurecht, februari 2000, V.9, (1), 33-38

Het begrip lozing in de richtlijn 76/464/EEG betreffende de verontreiniging veroorzaakt dor bepaalde gevaarlijke stoffen die in het aquatisch milieu van de Gemeenschap wordt geloosd, dient aldus te worden opgevat, dat het ziet op elke aan een persoon toe te schrijven handeling waarbij één van de in lijst I of II van de bijlage genoemde stoffen direct of indirect in de wateren waarop deze richtlijn van toepassing is, wordt gebracht.
De in richtlijn 86/280/EEG betreffende de grenswaarden en kwaliteitsdoelstellingen voor lozingen van bepaalde onder lijst I van de bijlage van richtlijn 76/464 vallende gevaarlijke stoffen, bedoelde andere significante bronnen van stoffen, met inbegrip van meervoudige en diffuse bronnen, hebben derhalve betrekking op de gevallen waarin de verontreiniging, juist door het diffuse karakter daarvan, niet aan een persoon kan worden toegeschreven en ter zake dus ook geen voorafgaande vergunning kan worden verleend. De lidstaten worden hier verplicht om dit soort verontreiniging door middel van specifieke programma's te voorkomen of weg te nemen.
Het begrip 'andere significante bronnen van stoffen, met inbegrip van meervoudige en diffuse bronnen' moet aldus worden uitgelegd, dat het uitlogen van creosootolie uit in het oppervlaktewater gebrachte houten palen niet daaronder valt, wanneer de door deze stof veroorzaakte verontreiniging aan een persoon is toe te schrijven.
Richtlijn 76/464 staat de lidstaten toe, ter bescherming van het aquatisch milieu van de Gemeenschap tegen verontreiniging door bepaalde gevaarlijke stoffen, voor de verlening van een lozingsvergunning aanvullende eisen te stellen die niet in deze richtlijn opgenomen zijn.
Zelfs indien een nationale maatregel zoals in het hoofdgeding aan de orde is, als een maatregel kan worden beschouwd ten gevolge waarvan het vrije verkeer wordt beperkt van producten die creosootolie bevatten, zoals geregeld bij richtlijn 76/769/EEG betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der lidstaten inzake de beperking van het op de markt brengen en van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen en preparaten, volstaat de vaststelling dat richtlijn 76/769/EEG bepaalt dat zij van toepassing is 'onverminderd (...) andere desbetreffende communautaire voorschriften', te dezen richtlijn 76/464/EEG.