166308 | A.V.B. / Vlaamse Milieumaatschappij

Cass., 7 april 2000

Fiscale Jurisprudentie, juni 2000, V.19, (6), 491-492; R.W., 24.03.2001, V.64, (30), 1134; Arr.Cass., 2000, (4), 735-738

Krachtens art. 35quinquies decies, tweede lid, van de wet 26.03.1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging, moet het bezwaarschrift binnen 2 maanden na de datum van verzending van het heffingsbiljet worden verzonden naar of overhandigd aan de bevoegde ambtenaar. Deze bepaling strekt ertoe het bedrag van de in te vorderen belastingschuld zonder verwijl te bepalen en raakt de openbare orde.
Ter zake van de verplichting de bezwaarschriften inzake de heffingen ingevolge de voornoemde wet 26.03.1971, binnen de bepaalde termijn in te dienen, vinden de regels van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de excepties van nietigheid geen toepassing.