171790 | Vlaamse milieumaatschappij / Bungalowpark de vossemeren n.v.

Cass., 7 april 2000, 1e K.

Arr.Cass., 2000, (4), 726-734; R.W., 23.03.2002, V.65, (30), 1076

Luidens art. 35quinquies, par. 7, van de wet 26.03.1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging, zoals ingevoerd bij art. 5 van het decreet 06.07.1994, worden de voorzieningen in cassatie ingeleid door afgifte van een verzoekschrift voor het hof van beroep. Die bepaling geldt evenwel slechts voor cassatieberoepen ingesteld tegen arresten gewezen op een voorziening rechtstreeks ingesteld bij het hof van beroep. Voor de overige zaken die voor de wetswijziging ingeleid werden voor de rechtbanken van eerste aanleg, is de vroeger bestaande regeling bewaard gebleven, zodat in die gevallen het gemene recht toepasselijk blijft.
Uit het toepasselijke art. 35quinquies van de wet 26.03.1971 volgt dat als maand van de grootste bedrijvigheid in de zin van de voorgaande wetsbepalingen moet worden begrepen de maand waarin het rekenkundig gemiddelde van de op dagbasis berekende N1-waarde het grootst is (N1 zijnde). Hieruit volgt eveneens dat indien er meerdere metingen zijn gebeurd tijdens eenzelfde maand, een rekenkundig gemiddelde wordt genomen, maar dat als er in eenzelfde maand maar één meting is gebeurd, deze meting bepalend is voor de vaststelling van de maand van de grootste vervuiling. Indien in het totaal gedurende drie etmalen metingen werden uitgevoerd, maar in twee verschillende maanden, is een vergelijking nodig tussen het rekenkundig gemiddelde van de twee op dagbasis berekende vuilvrachten N1 in de ene maand, met de resultaten van de enige meting in de andere maand, om te bepalen welke maand als 'maand van de grootste bedrijvigheid', en dus als heffingsbasis, in aanmerking kan worden genomen.
Het arrest oordeelt dat wanneer tijdens een maand, die van de grootste vervuiling op dagbasis, maar één meting plaatsgreep, deze meting niet doorslaggevend zal zijn en dat een rekenkundig gemiddelde moet worden berekend van de op dagbasis berekende N1-componenten over meer dan één maand. Op grond hiervan oordeelt het arrest dat het uitvoeringsbesluit van 23.07.1992 dat toen geldend was, niet kan worden toegepast. Het arrest schendt aldus de aangewezen wetsbepalingen.