172887 | G. / Vlaams Gewest en Stad Ieper

R.v.St., 7 december 2000, 7e K., nr. 91489

R.W., 10.11.2001, V.65, (11), 383-384

De vernietiging wordt gevorderd van:

  • het besluit van de gemeenschapsminister van leefmilieu, natuurbehoud en landinrichting, waarbij het beroep tegen het besluit van de bestendige deputatie van de provincieraad, houdende verlening aan de eerste verzoeker van de vergunning om een varkensfokkerij voor mestvarkens verder te exploiteren en uit te breiden met zeugen en beren en gespeende biggen, gegrond wordt verklaard en het beroepen besluit wordt vernietigd;
  • het bevel tot stopzetting van de niet-rechtmatig vergunde inrichting, in casu de exploitatie van de varkensstallen, genomen bij beslissing van de burgermeester en voor zover als nodig het besluit van een Hoofdinspecteur-Directeur, van het Bestuur Milieu-inspectie, waarbij de burgemeester werd opgedragen een bevel tot stopzetting van de activiteiten te geven;
  • het besluit van de Vlaamse minister van leefmilieu en huisvesting, waarbij het beroep aangetekend tegen de beslissing opgelegd in het proces-verbaal van het Bestuur Milieu-inspectie van AMINAL houdende dwangmaatregelen opgelegd aan de exploitatie van beroeper, ongegrond wordt verklaard en de beroepen beslissing wordt bevestigd;
  • het bevel van de burgemeester houdende de ontruiming van de tweede zeugenstal.
Luidens art. 2, 2° en 3°, van het decreet 28.06.1985 betreffende de milieuvergunning (milieuvergunningsdecreet) wordt als 'exploitant' beschouwd: 'elke natuurlijke of rechtspersoon die een inrichting exploiteert of voor wiens rekening een inrichting wordt geëxploiteerd', en is 'exploiteren': 'in werking stellen of houden, gebruiken, installeren of in stand houden van een inrichting (...)'. Dienaangaande verklaarde de bevoegde minister naar aanleiding van de parlementaire voorbereiding van het milieuvergunningsdecreet in de Commissie voor Leefmilieu en Waterbeleid, dat de woorden 'of voor wiens rekening een inrichting wordt geëxploiteerd', noodzakelijk zijn, omdat het in de praktijk dikwijls voorkomt dat een eigenaar een bedrijf laat exploiteren door een aangestelde en dat de eigenaar in dat geval de eigenlijke 'exploitant' en de 'juridisch verantwoordelijke' blijft. Het is dan ook de 'exploitant' in de zin van de definitie die het milieuvergunningsdecreet aan die term geeft, die uitsluitend de adressaat is van de rechten en de verplichtingen die voortspruiten uit het milieuvergunningsdecreet. Dit is ook logisch, vermits het hele milieuvergunningssysteem onwerkbaar zou zijn, indien de exploitant zich zou kunnen verschuilen achter allerlei juridische constructies om aan de uit het milieuvergunningsdecreet voortspruitende verplichtingen te ontsnappen. Derhalve is alleen de 'exploitant', als titularis van de uit het milieuvergunningsdecreet voortspruitende rechten, titularis van de vorderingsrechten die in verband daarmee ten bate van de inrichting die hij exploiteert kunnen uitgeoefend worden. Hij is dan ook de enige die de vereiste kwaliteit en hoedanigheid heeft om de daarop betrekking hebbende rechtsvorderingen in te stellen. Ook dit is logisch. Zelfs de belangen van de exploitant en deze van de persoon die voor zijn rekening werkt, onder welk juridisch statuut dan ook, zijn immers niet noodzakelijk gelijklopend en het is goed mogelijk dat de exploitant zich wil neerleggen bij een weigeringsbeslissing of een dwangmaatregel, daar waar degene die de daadwerkelijke uitbating verzorgt dit verder wil blijven doen. Het is ondenkbaar dat iemand die niet de exploitant in de zin van het decreet is, tegen de wens van die exploitant in een geding zou voeren dat erop gericht is, te exploiteren of voort te exploiteren, ook al heeft hij daar belang bij.