173035 | 21.12.2001 Dec. houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2002 - Oppervlaktewateren (art. 25-27)

Min.-President van de Vlaamse Regering, Vlaams Min. van Financiën, Begroting, Buitenlands Beleid en Europese Aangelegenheden,DEWAEL Patrick

B.S., 29.12.2001,3e uitgave, V.171, (372), 45630-45631; B.S., 14.02.2002,2e uitgave, V.172, (48), 5487-5502, err.

In art. 35ter, 35quarter en 35septies van de wet 26.03.1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging worden wijzigingen aangebracht. Aan deze wijzigingen liggen drie doelstellingen ten grondslag.
De eerste doelstelling strekt er toe de bedragen in Belgische frank die voorkomen in de oppervlaktewaterenwet aan de euro aan te passen. De transparantie van het eenheidstarief, de minimale heffing en het minimumtarief worden bij de omzetting naar de euro behouden. Het betreft transparantieafrondingen met een minimale budgettaire impact. Voor de administratieve boetes zal de omvorming gebeuren in een algemene wettelijke regeling.
Ten tweede worden de begunstigden van de inkomensaanvullende tegemoetkoming 'hulp aan bejaarden' of van een 'integratietegemoetkoming voor gehandicapten' vrijstellingsgerechtigd. Uit een studie naar de effectiviteit van de sociale vrijstellingregeling is immers gebleken dat de inkomensgrens voor beide tegemoetkomingen vergelijkbaar is met de toewijzingsvoorwaarden die gelden voor de sociale uitkeringen van de andere vrijgestelde groepen. Daarnaast worden de vrijstellingsvoorwaarden aangepast aan het nieuwe statuut 'inkomensgarantie voor ouderen' dat 'het gewaarborgd inkomen voor bejaarden' vervangt.
Tenslotte wordt een corrigerende maatregel genomen die noodzakelijk is om tot een correctere heffingsbasis te komen ingeval de factuur geen waterverbruik vermeldt. Tot nu toe wordt dit gefactureerde verbruik bepaald door het factuurbedrag exclusief BTW te delen door de deelfactor 50. De waterdistributiemaatschappijen trekken hun tarieven op om de levering van 15 m³ per persoon gratis drinkwater te kunnen bekostigen. Zonder aanpassing verhoogt de heffing onafhankelijk van het werkelijke verbruik telkens als de factuurprijs toeneemt. Dit wordt ondervangen door de deelfactor aan te passen aan de evolutie van de facturatiekosten.