173841 | Pasfrost n.v. / Vlaamse milieumaatschappij

Cass., 20 april 2001, 1e K.

T.Milieurecht, november 2001, V.10, (5), 382-385; Arr.Cass., 2001, (4), 653-657

Krachtens art. 35ter, par. 1, van de wet 26.03.1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging, ook wel genoemd Oppervlaktewaterenwet, wordt het bedrag van de heffing op de waterverontreiniging vastgesteld onder meer in functie van de vuilvracht.
De formule tot berekening van de vuilvracht bevat een welbepaalde component N1. Het is omtrent deze component dat een vennootschap de haar opgelegde heffing op de waterverontreiniging betwist.
Uit het bepaalde in art. 35quinquies, par. 1, eerste, tweede en derde lid, van de wet 26.03.1971 volgt wel degelijk dat:

  • voor alle componenten van de formule N1, de meetgegevens van de maand van de grootste bedrijvigheid in aanmerking worden genomen;
  • als 'maand van de grootste bedrijvigheid' in de zin van voormeld artikel moet worden begrepen, de maand waarin het rekenkundig gemiddelde van de op dagbasis berekende N1-waarde het grootst is.