176258 | Commissie van de EG / Groothertogdom Luxemburg

Hof van Jusitie van de EEG, 8 maart 2001, nr. C-266/00

T.Milieurecht, februari 2002, V.11, (1), 76-79

Het Groothertogdom Luxemburg komt de krachtens richtlijn 91/676/EEG van de Raad van 12.12.1991 inzake de bescherming van water tegen verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen op hem rustende verplichtingen niet na en dit op velerlei vlak.
Het groothertogelijk reglement regelt slechts het gebruik van organische meststoffen in de landbouw. Het stelt dus geen regels betreffende chemische meststoffen, hoewel de in de richtlijn bedoelde verplichtingen wel daarop betrekking hebben.
Geen van de nationale regelingen bevat voldoende nauwkeurige bepalingen om te voldoen aan de bij richtlijn vastgestelde verplichting om een evenwicht tot stand te brengen tussen de te verwachten stikstofbehoeften van de gewassen en de stikstoftoevoer naar de gewassen, met name door de toevoeging van stikstofverbindingen uit kunstmest. Noch wordt door geen van de nationale regelingen zo nauwkeurig aan de in de richtlijn vastgelegde verplichting betreffende de voorwaarden, zoals de afstand, voor het op of in de bodem brengen van kunstmest in de nabijheid van waterlopen voldaan, dat kan worden gewaarborgd dat in het specifieke kader van het op of in de bodem brengen van die meststoffen de waterlopen niet worden verontreinigd.
Uit de processtukken blijkt dat de door de Luxemburgse autoriteiten meegedeelde informatie niet aantoont, dat het Groothertogdom Luxemburg over een representatief netwerk van toezicht beschikt dat zijn gehele met intensieve landbouw in aanraking komend oppervlaktewater en grondwater omvat en waarmee de omvang van de verontreiniging en de gevolgen van de actieprogramma's kunnen worden gemeten. Op grond van die informatie kan ook niet worden vastgesteld dat toezicht wordt uitgeoefend op de staat van eutrofiƫring van de Luxemburgse wateren. Bovendien is op de in het aanvullend met redenen omkleed advies gestelde datum geen enkel stuk aan de Commissie overgelegd waaruit blijkt dat er een controleprogramma bestaat. Ten slotte hebben de bevoegde autoriteiten op dit tijdstip nog geen enkel model voor de beoordeling van de doeltreffendheid van de actieprogramma's opgesteld, zodat zij hun beoordelingsplicht krachtens de richtlijn niet kunnen nakomen.
Het Hof van Justitie stelt vast dat het Groothertogdom Luxemburg, door niet alle wettelijke en bestuursrechtelijke maatregelen te treffen die nodig zijn om te voldoen aan de verplichtingen in de art. 5, leden 4 en 6, en 10, lid 1, in samenhang met de bijlagen II A, III, punt 1.3, en V, punt 4, sub e, van de richtlijn, de krachtens deze richtlijn op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen.