177926 | n.v. R. / V.M.M.

Gent, 2 januari 2002

T.Milieurecht, april 2002, V.11, (2), 172-174

In de juridische betekenis is er slechts sprake van koelwater wanneer is voldaan aan de voorwaarden van art. 1, 11° van het BVR 06.02.1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning (VLAREM I ).

Slechts de maximale hoeveelheid voorzien in de lozings- of milieuvergunning kan in aanmerking worden genomen zodat het restant noodzakelijkerwijze als bedrijfsafvalwater dient te worden beschouwd.
De berekening van de vuilvracht dient te gebeuren aan de hand van de meet- en bemonsteringsresultaten.
Wanneer deze gegevens niet of niet volledig voorhanden zijn, geschiedt de berekening op basis van de omzettingscoëfficiënten.

In casu waren er enkel schepmonsters die betrekking hadden op de vuilvracht N1 (van het geloosde koelwater) en N.1.0 (van het opgenomen Denderwater), maar geen resultaten betreffende de vuilvracht veroorzaakt door de zware metalen (N2) en deze veroorzaakt door nutriënten totale stikstof en totale fosfor (N3). Enkel de vuilvracht N1 werd aldus berekend op basis van de bemonsteringsresultaten en de vuilvracht N2 en N3 op basis van de omzettingscoëfficiënten.

De nv diende de noodzakelijke analyseresultaten met betrekking tot vuilvracht N3 mee te delen aan de geïntimeerde op het ogenblik dat zij het aangifteformulier voor de berekening van de heffing liet geworden, wat niet is gebeurd. Geïntimeerde kon er dan ook geen rekening mee houden aangezien zij er geen kennis van had op het moment van de berekening.