18304 | 06.02.1991 BVE houdende vaststelling van het Vlaams reglement betr. de milieuvergunning (VLAREM I) (deel 1)

Gemeenschapsmin. van Leefmilieu, Natuurbehoud en Landinrichting,KELCHTERMANS Theo

B.S., 26.06.1991, V.161, (121), 14269-14342; De Gem., augustus-september 1991, V.66, (434), 400

Dit besluit, afgekort als VLAREM I, vervangt - samen met het milieuvergunningsdecreet van 28.06.85 - voor Vlaanderen titel I van het ARAB. Het handelt in hoofdzaak over de 'milieuvergunning' en integreert een aantal voorheen sectorale vergunningen: de vergunning inzake afvalwaterlozing, verwijdering van afval, opslag en verwerking van giftig afval, de vergunning met betrekking tot handelingen die het grondwater kunnen verontreinigen en de vergunning voor het inrichten van wedstrijden, test - en oefenritten met motorvoertuigen. Blijven evenwel sectoraal onder meer: de bouwvergunning, de vergunning inzake grondwaterwinning, inzake radioactieve stoffen en de vergunning met betrekking tot de verwerving, het voorhanden houden en het vervoer van giftig afval. Belangrijk is de coƶrdinatie van de nieuwe milieuvergunning met de bouwvergunning: de ene vergunning wordt geschorst zolang de andere niet verleend is; als de ene wordt geweigerd (in laatste aanleg), vervalt ook de andere vergunning van rechtswege.

Hfst. I. Definities (art. 1)
In dit artikel worden een reeks definities gegeven van termen zoals inrichting, exploiteren, veranderen van inrichting, gewone oppervlaktewateren, normaal huisafvalwater, afvalstoffen, huishoudelijke / industriƫle afvalstoffen, giftig afval, enz.

Hfst. II. Meldingsplicht (art. 2-4)
De hinderlijke inrichtingen worden in 3 klassen ingedeeld. Deze indeling is te vinden in bijlage 1 bij het VLAREM. Enkel de inrichtingen van de 3e klasse zijn meldingsplichtig. Het VLAREM geeft aan welke gegevens moeten gemeld worden (typeformulier in bijlage 3), onde andere: identiteit exploitant, juridisch statuut van de inrichting en de percelen, technische kenmerken, plan. De exploitatie mag beginnen de dag na de melding. Er komt dus geen ontvangstmelding. De burgemeester is verantwoordelijk voor de inschrijving van de meldingen in een register.

Hfst. III. Vergunningsaanvraag (art. 5-6)
Deze is verplicht voor als hinderlijk ingedeelde inrichtingen van klasse 1 of 2. Het VLAREM geeft aan welke gegevens de aanvraag moet bevatten, onder meer identiteit exploitant, juridisch statuut van de inrichting en de percelen, technische kenmerken, te voorziene emissies, voorziene maatregelen om milieuhinder tegen te gaan, situeringsplan, uitvoeringsplannen, betalingsbewijs dossiertaks, kadastraal plan in geval van 1e-klasse-inrichting. Specifieke gegevens moeten gemeld zo het gaat om de verwijdering van afval, opslag en/of verwerking van giftig afval, afvalwaterlozing, lozing in grondwater.
Bij wie moet de aanvraag ingediend worden?
Bij de Gemeenschapsminister:

  1. voor alle inrichtingen van Staat, Gemeenschap, Gewest of provincie,
  2. bij veranderen van een bestaande inrichting, i/e inrichting van klasse 1 of 2, als de vergunning ervan eertijds werd verleend door de Executieve (tenzij als de Executieve de beslissing van de lagere overheid toen enkel bevestigde).
Bij de Bestendige Deputatie:
  1. voor alle inrichtingen van gemeenten, intercommunales, OCMW's,
  2. voor klasse-1-inrichtingen,
  3. bij veranderen van een bestaande inrichting, als de vergunning eertijds werd verleend door de Best. Dep. (tenzij als de Best. Dep. de beslissing van de gemeente enkel bevestigde).