183567 | O. M. / S. F.

Gent, 30 november 2001, 10e K.

T.Milieurecht, december 2002, V.11, (6), 551-552

Voor de strafbaarheid is noch een aantoonbare aanwezigheid van de verontreinigde of verontreinigende stoffen in het beschermde water vereist, noch een aantoonbare schade.

Doordat het door de beklaagde geloosde spoelwater restanten van kaolin bevatte en het een gevaar inhield voor verlies aan bruikbaarheid of voor milieubederf valt de lozing ervan buiten de enige, door de wetgever toegelaten lozing van zuiver water en is deze lozing te aanzien als de lozing van een verontreinigde vloeistof.

Dat de met het water vermengde restanten van kaolin op zichzelf niet schadelijk zijn is zonder belang; evenzo de omstandigheid dat door de lozing van het verontreinigde water in het kanaalwater dit laatste niet minder geschikt zou zijn geworden als kanaalwater.

De verontreiniging is onafhankelijk van de voorafgaande staat van het water. De oppervlaktewaterenwet regelt de bescherming van de wateren van het hydrografisch net en van de kustwateren in het algemeen en niet van een bepaalde waterweg.