18508 | Societas delinquere potest... en wat dan nog ? Over het ontbreken van strafrechtelijke verantwoordelijkheid van rechtspersonen naar Belgisch recht

DERUYCK Filiep

Panopticon, mei-juni 1991, V.12, (3), 249-259

Dit onderzoek van de ontstentenis van strafrechtelijke verantwoordelijkheid van rechtspersonen naar Belgisch recht bespreekt achtereenvolgens de wetge- ving, de rechtspraak en de rechtsleer terzake. Het vigerende recht kent op nationaal niveau enerzijds en op gemeenschaps- en gewestelijk niveau anderzijds slechts 1 voorbeeld waar de rechtspersoon in se strafrechtelijk verantwoordelijk is. (respectievelijk art. 1 Besluitwet van 29.06.1946 betreffende het niet verantwoord optreden van tussenpersonen in de verdeling van producten, grondstoffen enz... en het decreet van 07.10.1985 inzake de bescherming van het oppervlaktewater tegen vervuiling) Deze twee enige voorbeelden van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de rechtspersoon wordt meestal aanzien als een vergissing van de wetgever, omdat normalerwijze de natuurlijke persoon door wie de rechtspersoon gehandeld heeft de strafrechtelijke sanctie oploopt, en niet de rechtspersoon als zodanig. Het Hof van Cassatie huldigt de opvatting dat de rechtspersoon een misdrijf kan plegen maar dat het daarvoor niet gestraft kan worden. Het is de natuur- lijke persoon die voor de rechtspersoon gehandeld heeft die dient vervolgd te worden. Er wordt dus een onderscheid gemaakt tussen het 'daderschap' van de rechtspersoon en zijn 'verantwoordelijkheid'. De rechtsleer is verdeeld over de vraag of men het schuldbegrip kan hanteren ten aanzien rechtspersonen. De auteurs die het schuldbegrip aanvaarden, pleiten dan ook voor het aanpassen en uitbreiden van het arsenaal van strafsancties zodat men een rechtspersoon effectief zou kunnen bestraffen.