186292 | 05.03.2003 V. nr. 135 (Vl. P.): Afvalwaterheffing - Vrijstelling voor gehandicapten

BECQ Sonja

V. en A., Vl.P., 16.05.2003,2002-2003, (14), 2287-2289

Ingeval van afvalwaterheffing wordt de vrijstelling voor gehandicapten vaak niet verleend omdat de factuur niet op naam staat van de betrokkene (huwelijk, samenwonen, ouders-kinderen).

Mensen die geconfronteerd worden met een bepaalde graad van invaliditeit en daardoor óf een inkomensvervangende tegemoetkoming óf een gewaarborgd inkomen óf het bestaansminimum ontvangen, krijgen vrijstelling van waterheffing. Zij moeten daartoe bij de afscheurstrook van het heffingsformulier een kopie voegen van het attest van het Ministerie van Sociale Zaken, de dienst Pensioenen, of het OCMW, naargelang hun situatie. Vaak blijkt achteraf dat de waterfactuur niet op naam staat van de betrokkene. Deze vrijstelling wordt dan niet verleend, tenzij voor het jaar nadien, wanneer de factuur op naam van de minder-valide/betrokkene (of op beider naam) wordt opgemaakt. Het schrijven van bijvoorbeeld het Ministerie van Sociale Zaken, maakt wel melding van het probleem van een gezamenlijke waterteller in appartementsgebouwen, maar maakt geen gewag van de andere situaties (huwelijk, samenwonen, ouders-kinderen).

De heffingswetgeving werd geconcipieerd om zoveel als mogelijk invulling te geven aan het principe 'de vervuiler betaalt'. Deze wetgeving aanpassen tot een regeling waar ook rekening gehouden wordt met sociale elementen is daardoor niet vanzelfsprekend, maar zeker niet onmogelijk.

Sedert heffingsjaar 2000 worden automatische vrijstellingen verleend aan de rechthebbenden voorzover de gegevens van deze rechthebbenden kunnen worden gekoppeld aan de gegevens van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid. De koppeling van de heffingsplichtigen en de vrijstellingsgerechtigden van de milieuheffing via de Kruispuntbank verloopt door middel van het rijksregisternummer van de rechthebbende.

De automatische vrijstelling is enkel mogelijk door deze exclusieve band tussen de heffingsplichtige en de vrijstellingsgerechtigde. Indien deze band wordt losgelaten en de vrijstelling op gezinsniveau zou moeten gebeuren, dan is de automatische vrijstelling niet realiseerbaar, door het verlies van deze één-op-één-relatie.

Indien in geval van onwetendheid het waterverbruik niet gefactureerd wordt op naam van de rechthebbende kan omwille van de bovenvermelde één-op-één-relatie geen vrijstelling voor het betalen van de heffing voor het verleden toegekend worden.

Op deze regel wordt één uitzondering gemaakt namelijk ingeval er bij de heffingplichtige een verlengd minderjarige gedomicilieerd is. Via een wetswijziging zou het toepassingsgebied uitgebreid kunnen worden tot de gezinssituatie.