186651 | 21.05.2003 Wet wijz. wet 25.06.1992 op de landverzekeringsovereenkomst en de wet 12.07.1976 betr. het herstel van zekere schade veroorzaakt aan private goederen door natuurrampen

Vice-Eerste Min. en Min. van Mobiliteit en Vervoer,DURANT Isabelle

B.S., 15.07.2003, V.173, (259), 37970-37976

Deze wet stelt de dekking voor overstromingen verplicht voor alle zaakverzekeringsovereenkomsten met betrekking tot het gevaar brand die dekking verlenen voor eenvoudige risico's, gelegen in risicogebieden (dat wil zeggen de plaatsen die aan terugkerende en belangrijke overstromingen blootgesteld werden of blootgesteld kunnen worden).

De wet bepaalt de gedekte risico's precies. Een koninklijk besluit dat het catastrofaal karakter van een gebeurtenis erkent, zal bijgevolg niet meer nodig zijn.
Onder overstroming wordt verstaan het buiten de oevers treden van waterlopen, kanalen, meren, vijvers of zee├źn of een overloop, een opstuwing van openbare rioleringen of een dijkbreuk, ten gevolge van atmosferische neerslag, een storm, het smelten van sneeuw of ijs, of een vloedgolf.

De gedekte goederen zijn deze die door de wetgeving als eenvoudige risico's worden omschreven. Het betreft hoofdzakelijk woningen. De wet staat toe dat sommige goederen worden uitgesloten die minder waard zijn (omheiningen, hagen...) of die het voorwerp kunnen zijn van een andere verzekeringsovereenkomst (zoals auto's bijvoorbeeld) worden uitgesloten. Men laat het afsluiten van overeenkomsten dus in zekere mate vrij.

Overstromingen vormen een bijzonder stelsel. Het principe bestaat erin dat de goederen kunnen gedekt worden die er zijn op het ogenblik dat de nieuwe wetgeving van kracht wordt. De nieuwe gebouwen daarentegen, die in de risicogebieden worden opgericht, zullen niet tegen overstromingen kunnen verzekerd worden. Hier wordt het afsluiten van overeenkomsten dus ook in zekere mate vrijgelaten. Het is de bedoeling in de toekomst de bouwers verantwoordelijk te stellen. Maar het project wil geenszins de bouw van woningen in dergelijke gebieden verbieden. Zo'n beslissingen ressorteren inderdaad onder de bevoegdheid van de Gewesten.
De risicogebieden zullen door een koninklijk besluit worden afgebakend. De informatie over het feit dat een goed in een risicozone gelegen is, wordt verstrekt onder andere door de gemeentelijke administraties, wat betreft de risicozone's die zich op hun grondgebied bevinden.

Teneinde het risico en bijgevolg ook de premie binnen de perken te houden, staat het ontwerp de verzekeraars toe hun verbintenissen te plafonneren. Dat plafond wordt voor iedere verzekeraar afzonderlijk vastgesteld, naar gelang van zijn incasso, maar met een absoluut minimum. Zodra het plafond is bereikt, neemt het huidige Rampenfonds over, en dit tot een tweede plafond.

De wet voorziet in de oprichting van een tariferingbureau. Die instelling werd opgericht met de bedoeling de uitwassen van de segmentatie of onderverdelingen te vermijden en de eerbiediging van de verplichte dekking veilig te stellen. Dit betekent concreet dat ieder persoon die door een verzekeraar werd geweigerd of die een van de norm afwijkende tariefbepaling oploopt, zich tot dat bureau zal kunnen wenden. Dat bureau zal een premie bepalen, die met het werkelijke risico en met een zekere solidariteit onder de verzekerden rekening houdt. De kosten van de risico's die door dit bureau of kantoor worden getarifeerd of vastgesteld, zullen over het geheel van de marktsector worden verdeeld.

De wet wijzigt eveneens de wet op de natuurrampen. Het rampenfonds wordt niet opgeheven. Vooreerst behoudt het zijn bevoegdheid voor de risico's die door deze wet niet geviseerd worden, alsook voor wat de goederen betreft die door de verzekeringsclausules niet worden beoogd. Het fonds zal in principe niet meer moeten tussenkomen voor goederen die kunnen verzekerd worden tegen overstromingen.