187922 | 27.06.2003 Dec. houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2003 - Leefmilieu (art. 10-17)

Min.-President van de Vlaamse Regering,SOMERS Bart

B.S., 12.09.2003,1e uitgave, V.173, (324), 45705-45706

Het decreet regelt de vrijstellingsvoorwaarden met betrekking tot de heffing op de waterverontreiniging voor grondwaterwinningen voor gebruik in koude-warmtepompen. Het voorziet tevens in een subsidieregeling tot aanmoediging van het uitvoeren van projecten voor de levering van tweedecircuitwater door drinkwatermaatschappijen en openbare besturen.

Vanaf het heffingsjaar 2003 is geen heffing verschuldigd voor de vergunde grondwaterwinningen die gebruikt worden voor koude-warmtepompen voorzover het gewonnen, niet-verontreinigde grondwater integraal wordt teruggepompt in dezelfde watervoerende laag als waaruit het wordt gewonnen. De heffingsplichtige dient op 1 januari van het jaar dat voorafgaat aan het heffingsjaar in het bezit te zijn van de milieuvergunning voor het winnen van grondwater voor koude-warmtepompen (rubriek 53.6 van Vlarem I). Bijgevolg wordt een par. 6 toegevoegd aan art. 35bis van de wet 26.03.1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging.
De inkomensvoorwaarden vermeld in art. 35ter, par. 5 en 6, van dezelfde wet, worden aangepast rekening houdend met de bepalingen van de wet 26.05.2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie: in verband met de attesten afgeleverd door het OCMW wordt het woord bestaansminimum vervangen door het woord leefloon. Daarnaast wordt de nieuwe terminologie ingevoerd (personen met een handicap en Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid in plaats van gehandicapten en Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu).

Het uitbouwen van alternatieve watervoorziening is in bepaalde gebieden de enige mogelijke piste om de verdere uitputting van onder meer de sokkel te stoppen en er tegelijkertijd voor te zorgen dat de bedrijven zich van voldoende proceswater kunnen bevoorraden. Hierbij wordt gesproken over tweedecircuitwater of 'grijs water', meer bepaald water afkomstig van zuiveringsinstallaties of oppervlaktewater. Dit water zou, mits een adequate zuivering, tot een dusdanig kwaliteitsniveau kunnen worden gebracht, dat het als proceswater kan worden aangewend. Aangezien de overheid hier nadrukkelijk een sturende rol wil spelen om de natuurlijke voorraden te beschermen en te herstellen wordt het mogelijk gemaakt om de aanleg van zuiveringsinfrastructuur en het distributienetwerk voor de verdeling van grijswater te betoelagen aan de drinkwatermaatschappijen en/of openbare besturen.

Aan het decreet 22.02.1995 betreffende de bodemsanering wordt een art. 54 toegevoegd dat bepaalt dat elke natuurlijke of rechtspersoon die in het Vlaamse Gewest gasolie of huisbrandolie in de zin van het accijnsstelsel in verbruik stelt, vanaf 01.10.2003 dient toe te treden tot een organisatie die erkend is door de Vlaamse minister bevoegd voor Leefmilieu en die tot doel heeft elke vorm van verontreiniging bij de consument die ontstaan is ten gevolge van het op de markt brengen van gasolieverwarming, te saneren.

nvdr: Het decreet 22.02.1995 betreffende de bodemsanering wordt op 01.06.2008 opgeheven door het decreet 20.10.2006 betreffende de bodemsanering en de bodembeschermingzie (zie doc. nr. 216113 en nr. 228017).