195988 | 07.05.2004 Dec. houdende instemming met het Aanvullend Protocol bij de Europese kaderovereenkomst inzake grensoverschrijdende samenwerking tussen territoriale gemeenschappen of autoriteiten, opgemaakt in Straatsburg op 09.11.1995

Vlaams Min. van Binnenlandse Aangelegenheden, Cultuur, Jeugd en Ambtenarenzaken,VAN GREMBERGEN Paul

B.S., 16.07.2004,1e uitgave, V.174, (255), 55709-55710

De territoriale gemeenschappen of autoriteiten (waaronder gemeenten en OCMW's) die onder de toepassing vallen van de Kaderovereenkomst van Madrid, kunnen onderling akkoorden afsluiten met het oog op grensoverschrijdende samenwerking.

Zij volgen daarbij de procedures die voorgeschreven zijn in hun eigen statuten, rekening houdend met de nationale wetgeving en met eerbiediging van de internationale verbintenissen van de staat waartoe ze behoren.

In art. 2, tweede lid, van de voormelde Kaderovereenkomst van Madrid wordt bepaald wat onder territoriale gemeenschappen of autoriteiten moet worden verstaan, namelijk gemeenschappen, autoriteiten of lichamen die lokale en regionale functies vervullen en die als zodanig worden beschouwd ingevolge de interne wetgeving van elke staat.
Bijgevolg kunnen onder het begrip territoriale gemeenschappen of overheden instanties zoals bijvoorbeeld provincies, gemeenten, verenigingen van gemeenten, OCMW's, federaties, agglomeraties, polders en wateringen of de Vlaamse Gemeenschapscommissie vallen.

Het Aanvullend Protocol bij de Europese kaderovereenkomst inzake grensoverschrijdende samenwerking tussen territoriale gemeenschappen of autoriteiten, opgemaakt in Straatsburg op 09.11.1995, zal voor de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest volkomen gevolg hebben.
De art. 4 en 5 van het Aanvullend Protocol zullen van toepassing zijn op de grensoverschrijdende samenwerking tussen territoriale gemeenschappen of autoriteiten.