201605 | 29.04.2005 BVR wijz. BVR 01.02.2002 met betrekking tot de subsidiëring van de aanleg door de gemeenten van openbare rioleringen, andere dan prioritaire rioleringen, en van de bouw door de gemeenten van kleinschalige rioolwaterzuiveringsinstallaties

Vlaams Min. van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,PEETERS Kris

B.S., 31.05.2005, V.175, (172), 25260-25261

Dit besluit maakt het mogelijk om voor gemeentelijke rioleringsprojecten niet alleen aan de gemeenten maar ook aan gemeentebedrijven, intergemeentelijke samenwerkingsverbanden en intercommunales subsidies uit te keren.

In het programmadecreet van 24.12.2004 werd aan de drinkwatermaatschappijen de saneringplicht opgelegd.
Dit had onder meer tot doel om een nieuwe dynamiek op het vlak van de uitbouw en het beheer van gemeentelijke rioleringen te bewerkstellingen en om de samenwerking op het vlak van integraal waterbeleid te stimuleren.

Wegens de zware financiële, technische en organisatorische last die de aanleg en het onderhoud voor gemeenten met zich meebrengt, kiezen steeds meer gemeenten om zich te organiseren in samenwerkingsverbanden, bijvoorbeeld integrale waterbedrijven of pure rioleringsbedrijven.
Gemeenten die beslissen autonoom te blijven werken, kunnen vanzelfsprekend aanspraak blijven maken op subsidies. Om een efficiënte werking mogelijk te maken, kunnen nu ook deze nieuwe samenwerkingsvormen rechtstreeks subsidies aanvragen en verkrijgen. Naast een vereenvoudiging van de procedure, biedt deze wijziging ook meer flexibiliteit om een snelle realisatie van de gemeentelijke rioleringen mogelijk te maken.

Bovendien wordt de vereiste van een gemeentelijke verordening betreffende regenwatervoorzieningen (hemelwaterputten, infiltratie) geschrapt, aangezien dit nu voor heel Vlaanderen geregeld wordt via een gewestelijke verordening. Dit betekent een administratieve vereenvoudiging.

Voortaan kan de ambtelijke commissie gemotiveerde afwijkingen toestaan betreffende de chronologie van de procedure, wanneer dit de voorspoedige realisatie van rioleringsprojecten ten goede komt. In voorkomend geval kan de begunstigde de subsidie behouden ook al werd het project reeds aanbesteed vooraleer de gouverneur zijn goedkeuring had gegeven. Deze afwijkingen dienen bevestigd te worden door de minister van Leefmilieu.

Het opschrift van het BVR 01.02.2002 wordt vervangen en volgende artikels worden gewijzigd : 1, 5° en 6°, 2, par. 1 , 3, 5, par. 1, 6, 8, 11, par. 1, 14, par. 2, 15, 17, 20, 21, 22, par. 1 en 2, 23, par. 2 en 5, en 24, par. 1, 2°, 7, 9, 11, par.2 en 22, par. 1.