206270 | 22.12.2005 Bericht betr. de vakbondspremies voor het referentiejaar 2005

Eerste Min.,VERHOFSTADT Guy

B.S., 22.12.2005,2e uitgave, V.175, (388), 55339-55340

Onder andere de gemeenten, de OCMW's en de korpsen van de lokale politie worden uitgenodigd om te wachten met de uitreiking van de aanvraagformulieren voor de vakbondpremies voor het referentiejaar 2005, tot ná de publicatie in het Belgisch Staatsblad van de omzendbrief betreffende de toekenning en de uitbetaling van een vakbondspremie aan sommige personeelsleden van de overheidssector. Deze publicatie wordt verwacht ten laatste begin januari 2006.

Ingevolge de beslissing van de Federale Ministerraad van 25.11.2005 en de onderhandelingen met de representatieve vakorganisaties gevoerd in het Gemeenschappelijk Comité voor alle overheidsdiensten op 14.12.2005, worden er diverse wijzigingen aangebracht in de hierboven genoemde koninklijke besluiten van 26.09.1980 houdende uitvoering van de art. 1, b, en 4, 2°, van de wet 01.09.1980 betreffende de toekenning en de uitbetaling van een vakbondspremie aan sommige personeelsleden van de overheidssector en 30.09.1980 betreffende de toekenning en de uitbetaling van een vakbondspremie aan sommige personeelsleden van de overheidssector.

Eén van de essentiële wijzigingen aan de bestaande regelgeving is de jaarlijkse uitreiking van de aanvraagformulieren voor het bekomen van een vakbondspremie. In casu: tussen 01.01.2006 en 31.03.2006 dienen alle betrokken afgiftediensten de formulieren voor de aanvraag van een vakbondspremie voor het referentiejaar 2005, uit te reiken.

Teneinde deze en andere wijzigingen te verduidelijken op de desbetreffende aanvraagformulieren en onverminderd de bepalingen van art. 12, par. 1, van het KB 30.09.1980, betreft het uitstel de volgende openbare diensten die betrokken zijn bij de uitreiking van aanvraagformulieren tot het bekomen van een vakbondspremie:

  1. de Rijksbesturen en andere Rijksdiensten, met inbegrip van de diensten die de rechterlijke macht terzijde staan, maar met uitzondering van de magistraten en griffiers van de rechterlijke orde en de ambtsdragers bij de Raad van State;
  2. de publiekrechtelijke rechtspersonen die afhangen van de Staat, de Gemeenschappen of de Gewesten;
  3. de provincies, de agglomeraties, de Nederlandse Commissie voor de Cultuur, de Franse Commissie voor de Cultuur en de Verenigde Commissies voor de Cultuur van de Brusselse agglomeratie, de federaties van gemeenten, de verenigingen van gemeenten, de gemeenten, de OCMW's, de intercommunale OCMW's, de verenigingen van de OCMW's en de openbare instellingen ondergeschikt aan de provincies en aan de gemeenten;
  4. de polders en wateringen;
  5. de gesubsidieerde diensten voor school- en beroepsoriëntering, de gesubsidieerde psychisch-medisch-sociale diensten, de gesubsidieerde onderwijsinrichtingen, met inbegrip van de inrichtingen van het gesubsidieerd niet-universitair hoger onderwijs, in de mate dat de betrokkenen rechtstreeks bezoldigd worden door een weddetoelage;
  6. de Gemeenschappen en de Gewesten en de onderwijsinstellingen georganiseerd door de Gemeenschappen;
  7. de federale politie;
  8. de korpsen van de lokale politie.

nvdr: voor de Duitse vertaling zie doc. nr. 207998.