207585 | 02.03.2005 V. nr. 422 (Vl. P.): Drinkwaterfactuur - BTW op belasting

DAEMS Rudi

V. en A., Vl.P., 01.07.2005,2004-2005, (19), 1924-1926

De overheid int geen heffing meer op de waterverontreiniging, tenzij de restheffing van de gezinnen voor het waterverbruik vóor 01.01.2004, de heffing voor de gemengde en zuivere eigenwaterwinners-gezinnen, de heffing ten aanzien van bedrijven voor het waterverbruik dat niet afkomstig is van een openbaar waterdistributienetwerk en de heffing voor de bedrijven die lozen in oppervlaktewater.

Het decreet 24.12.2004 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2005, reorganiseerde het Vlaamse waterlandschap.

De wijzigingen aan de heffingsregeling strekte ertoe de heffing op de waterverontreiniging af te schaffen voor de abonnees van een openbaar waterdistributienetwerk en te vervangen door een bijdrage.
De bijdrage is geen heffing of belasting. Immers, enkel een bepaalde doelgroep, namelijk diegenen die water afnemen van een openbaar waterdistributienetwerk, betalen voor de sanering van hun afvalwater, dat het resultaat is van het gebruikte leidingwater, een bijdrage in de kosten aan de leverancier van het leidingwater. Er staat dus een dienstverlening tegenover deze bijdrage. De bijdrage wordt opgenomen in de kostprijs van water en maakt er een onlosmakelijk deel van uit. Net als op de levering van water wordt ook op de sanering van water BTW aangerekend. Deze BTW bedraagt 6%.
Om de stijging van de waterfactuur voor de gezinnen te neutraliseren, althans wat betreft het bovengemeentelijke gedeelte, werd het tarief van de bijdrage zodanig bepaald dat het, inclusief BTW, overeenstemt met de geïndexeerde heffing die in 2005 wordt aangerekend.