213722 | 20.07.2006 BVR tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, tot aanwijzing van de adviesinstanties en tot vaststelling van nadere regels voor de adviesprocedure bij de watertoets, vermeld in art. 8 van het dec. 18.07.2003 betr. het integraal waterbeleid

Vlaams Min. van Financiƫn en Begroting en Ruimtelijke Ordening,VAN MECHELEN Dirk

B.S., 31.10.2003,1e uitgave, V.176, (350), 58326-58330+bijlagen 58331-58363

De watertoets houdt in dat bij de beslissing over een vergunning, plan of programma, rekening gehouden wordt met de mogelijke nadelige gevolgen ervan voor het watersysteem en voor de functies die het watersysteem voor de mens vervult. Dit besluit geeft de lokale, provinciale en gewestelijke overheden die een vergunning dienen af te leveren, richtlijnen voor de toepassing van de watertoets.

De richtlijnen uit dit uitvoeringsbesluit zijn nodig om de watertoets bij vergunningen efficiƫnt en uniform te kunnen toepassen. De richtlijnen zijn zo opgesteld dat de vergunningverleners via een aantal vragen (= beslissingsbomen) eenvoudig te weten komen of een vergunningsaanvraag de watertoets doorstaat, dan wel een advies van de betrokken waterbeheerder aanbevolen is.

Bij bijvoorbeeld een verkavelingsvergunning of bouwvergunning zal de beslissingnemende overheid beoordelen of er risico's op wateroverlast bestaan, of de grondwaterlagen eventueel schade kunnen ondervinden, enz. Als er inderdaad sprake is van een nadelig gevolg, zal die overheid een aantal voorwaarden opleggen om dit gevolg te voorkomen of te beperken, of het te herstellen of te compenseren. Als aan die voorwaarden niet kan worden voldaan en er bv. grote risico's op wateroverlast zijn, kan finaal beslist worden geen goedkeuring te verlenen aan de vergunningsaanvraag.

Op de overheid die beslist over een vergunning, een plan of een programma die een mogelijk schadelijk effect veroorzaken, rusten de volgende verplichtingen:

  • ze legt alle voorwaarden op in de vergunning of ze gelast die aanpassingen aan het plan of programma die ze in het licht van de kenmerken van het watersysteem en de aard en omvang van de vergunningsplichtige activiteit, respectievelijk het plan of programma gepast acht om het schadelijke effect te voorkomen of te beperken;
  • als dat niet mogelijk is, legt ze herstelmaatregelen op of, bij vermindering van de infiltratie van hemelwater of vermindering van ruimte voor het watersysteem, compensatiemaatregelen;
  • als het schadelijke effect niet kan worden voorkomen, noch beperkt, en ook herstel of compensatie onmogelijk zijn, weigert ze de vergunning of weigert ze goedkeuring te verlenen aan het plan of programma.
Op de overheid die beslist over een vergunning, een plan of een programma die afzonderlijk of in combinatie met een of meer bestaande vergunde activiteiten, plannen of programma's een mogelijk schadelijk effect op de kwantitatieve toestand van het grondwater veroorzaken, rusten de volgende verplichtingen:
  • ze legt alle voorwaarden op in de vergunning of gelast aanpassingen aan het plan of programma die ze in het licht van de kenmerken van het watersysteem en de aard en omvang van de vergunningsplichtige activiteit, respectievelijk het plan of programma gepast acht om het schadelijke effect op de kwantitatieve toestand van het grondwater te voorkomen;
  • als dat niet mogelijk is, oordeelt zij of de vergunningsplichtige activiteit of het plan of programma noodzakelijk is om dwingende redenen van groot maatschappelijk belang;
  • als de vergunningsplichtige activiteit of het plan of programma niet noodzakelijk is om dwingende redenen van groot maatschappelijk belang, weigert ze de vergunning of weigert ze haar goedkeuring te verlenen aan het plan of programma;
  • als de vergunningsplichtige activiteit of het plan of het programma noodzakelijk is om dwingende redenen van groot maatschappelijk belang, legt ze voorwaarden op om het schadelijke effect op de kwantitatieve toestand van het grondwater te beperken, te herstellen of te compenseren.
De op te leggen voorwaarden om het schadelijke effect van een vergunningsplichtige activiteit te voorkomen of te beperken, kunnen betrekking hebben op onder meer:
  1. de gebruikte materialen, grond- en hulpstoffen of installaties;
  2. de wijze van bouwen of exploiteren;
  3. de omvang van de activiteit.
De inhoudstafel bevat de volgende punten:
  • Definities;
  • Nadere regels voor de toepassing van de watertoets;
  • Aanwijzing van de adviesinstantie en nadere regels voor de adviesprocedure;
  • Slot- en overgangsbepalingen.