218705 | Openbaar Ministerie / L.D.V. en c.v.b.a. Belgomilk

Corr. Ieper, 13 februari 2006

Een ingenieur en een zuivelbedrijf worden veroordeeld omdat zij vloeistoffen met schadelijke stoffen in de wateren van het openbaar hydrografisch net geloosd hebben. De rechtbank is ervan overtuigd dat ze dit met opzet en op een georganiseerde manier herhaaldelijk hebben gedaan.

Een ingenieur en een zuivelbedrijf worden vervolgd omdat zij bij inbreuk op de wet ter bescherming van de oppervlaktewateren vloeistoffen met schadelijke stoffen in de wateren van het openbaar hydrografisch net geloosd hebben.

De gedetailleerde vaststellingen door de lokale politie waarbij het illegale lozingscircuit als het ware 'op heterdaad' werd vastgesteld, werd aan de hand van verder politioneel onderzoek perfect in kaart gebracht.

Het openbaar ministerie legt de ingenieur en het zuivelbedrijf daarnaast ten laste dat zij, op dezelfde plaats en in een identieke periode, bij inbreuk op het mestdecreet dierlijke mest of andere meststoffen hebben opgebracht in oppervlaktewateren.
Het bedrijf is een rechtspersoon dewelke actief is in de zuivelsector. De hoger materialiter bewezen verklaarde inbreuken op zowel de wet ter bescherming van de oppervlaktewateren, als het mestdecreet werden duidelijk gepleegd in het kader van deze bedrijfsmatige exploitatie, zodat het onmiskenbaar zo is dat de in casu voorliggende misdrijven een intrinsiek verband hebben met de verwezenlijking van het doel van het bedrijf.

Het illegale lozingscircuit werd immers op doelbewuste wijze aangelegd, zoals de aangewende en daartoe onontbeerlijke infrastructuur uit haar aard getuigt. In de gegeven omstandigheden kan zowel de aansprakelijkheid van de ingenieur en de firma onverkort gecumuleerd worden.

In het voorliggende geval tilt de rechtbank zwaar aan het onwrikbare gegeven dat zij op doelbewuste en structurele wijze milieumisdrijven hebben georganiseerd. Het aanleggen van een passende infrastructuur door middel van een buis vanuit de onmiddellijke buurt van de sliblagune naar een nabijgelegen gracht, waarbij de buis daarenboven werd gemaskeerd met begroeiing en met een tegel en daarenboven voorzien was van controleputten, kan immers bezwaarlijk anders dan in termen van bedrieglijk raffinement getypeerd worden.

De rechtbank is ervan overtuigd dat de ingenieur en het bedrijf zich in de door het openbaar ministerie geviseerde misdrijfperiode bij herhaling moedwillig hebben bezondigd aan lozingen dewelke een georganiseerd en hoegenaamd geen accidenteel karakter hadden.