218725 | 09.03.2007 BVR tot uitvoering van het dec. 22.12.2006 houdende de bescherming van water tegen de verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen

Vlaams Min. van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,PEETERS Kris

B.S., 27.04.2007,2e uitgave, V.177, (126), 22612-22620+bijlagen 22620-22624

De meeste bepalingen van dit uitvoeringsbesluit bij het nieuwe Mestdecreet betreffen de invulling van een aantal technische normen gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek. Daarnaast hernemen een aantal artikelen de verplichtingen die reeds bestonden in het oude Mestdecreet. Tevens wordt er ook bepaald wat onder 'opeenvolgingen van tuinbouwteelten' moet worden verstaan en in welke mate men de maximale hoeveelheid stikstof mag verhogen voor dergelijke opeenvolgingen van tuinbouwteelten. Tot slot zijn er artikelen die bepalen wanneer melkkoeien voldoende maïs of perspulp in hun voerderrantsoen hebben, waardoor al dan niet de forfaitaire uitscheidingscijfers mogen worden gebruikt.

Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van gerechtelijke politie en van de burgemeester houden de volgende ambtenaren, ieder wat hun opdracht betreft, toezicht op de toepassing van het Mestdecreet en de uitvoeringsbesluiten ervan:

  • de door de minister aangestelde ambtenaren van niveau A, B en C van de Vlaamse Landmaatschappij;
  • de door de minister aangestelde ambtenaren van niveau A, B en C van het Vlaams Ministerie van Leefmilieu, Natuur en Energie;
  • de door de gemeente aangewezen agenten van de lokale politie en de technische ambtenaren van de gemeente die:
    • ofwel in het bezit zijn van een bekwaamheidsbewijs waaruit blijkt dat zij een opleiding hebben genoten overeenkomstig de bepalingen van het BVR 06.02.1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de Milieuvergunning;
    • ofwel van voormelde opleiding zijn vrijgesteld overeenkomstig de bepalingen van hetzelfde besluit.
Het besluit bepaalt volgende punten:
  • Hfst. I. - Algemene bepalingen;
  • Hfst. II. - Specifieke bemestingsregels voor bepaalde meststoffen of bepaalde teelten:
    • Afd. 1. - Bemestingsregels aangaande meststoffen met een lage stikstofefficiëntie of die traagvrijkomende stikstof bevatten en aangaande effluenten met een laag stikstofgehalte;
    • Afd. 2. - Bepaling van de teelten in uitvoering van art. 13, par. 4, van het Mestdecreet.
  • Hfst. III. - De bepalingen aangaande het nitraatresidu;
  • Hfst. IV. - De dierlijke mestproductie:
    • Afd. 1. - De bepaling van de stikstofverliezen;
    • Afd. 2. - De hoeveelheid maïs in het voederrantsoen van melkkoeien, en de invloed op de uitscheidingscijfers voor melkkoeien.
  • Hfst. V. - Bepaling van de gemeentelijke productiedruk;
  • Hfst. VI. - Toezicht;
  • Hfst. VII. - Inning en invordering;
  • Bijlage I: Kaart van de risicogebieden oppervlaktewater;
  • Bijlage II: Netto gemeentelijke productiedruk op basis van productiejaar 2005.

nvdr: BVR 10.09.2010 tot bepaling van de nitraatresiduwaarde en de risicogebieden, vermeld in art. 14, par. 2 en 3, eerste lid, van het Mestdecreet van 22.12.2006, en tot oplegging van strengere verbodsbepalingen ter uitvoering van art. 38 van het Mestdecreet van 22.12.2006, en wijz. BVR 09.03.2007 tot uitvoering van het decreet 22.12.2006 houdende de bescherming van water tegen de verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen brengt de volgende wijzigingen aan in dit besluit:

  • In art. 9 van het BVR 09.03.2007 tot uitvoering van het decreet 22.12.2006 houdende de bescherming van water tegen de verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen wordt par. 2 opgeheven.
  • Bijlage I bij het BVR 09.03.2007 tot uitvoering van het decreet 22.12.2006 houdende de bescherming van water tegen de verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen wordt opgeheven.