224816 | 17.10.1970 MB houdende aanwijzing van de ambtenaren van het Rijk en van de provinciƫn die het recht hebben de bij de art. 20 en 23 van de wet 28.12.1967 betr. de onbevaarbare waterlopen bedoelde overtredingen op te sporen en bij middel van processen-verbaal vast te stellen

Min. van Landbouw,HEGER Ch.

B.S. 19.11.1970, V.140,11737

Dit besluit wijst de provinciale en rijksambtenaren aan die bevoegd zijn om de in art. 20 en 23 van de wet 28.12.1967 vermelde overtredingen op te sporen en om ze vast te stellen bij middel van processsen-verbaal.

De bevoegde ambtenaren van het Ministerie van Landbouw zijn de volgende personen: de ingenieurs, de hoofdconducteurs, de eerstaanwezende conducteurs, de conducteurs, de eerstaanwezende controleurs van werken, de adjunct-controleurs van werken, de werkopzichters en adjunct-werkopzichters van de Landelijke Waterdienst, alsmede de aangestelden van het bestuur van Waters en Bossen.
Dit besluit vermeldt ook de voor deze taak bevoegde ambtenaren van het Ministerie van Openbare Werken met name de ingenieurs, de conducteurs van Bruggen en Wegen, alsmede de agenten aangesteld voor de bewaking en de politie der bevaarbare waterwegen en voor het toezicht over de bediening van bruggen, sluizen, overlaten.
Op provinciaal vlak worden beoogd in dit besluit: de ingenieurs, de conducteurs, de districtschefs, de buurtwegen-inspecteurs, de adjunct-conducteurs, de adjunct-districtschefs, de buurtwegencommissarissen, de meetkundigen, de toezichters en de kantonniers van de provinciale technische diensten.