225034 | 18.10.2007 V. nr. 57 (Vl. P.): Waterverbruik gemeenten - Aangifte

LACHAERT Patrick

349-V. en A., Vl.P., december 2007,2007-2008, (3), 349-351

De VMM ( Vlaamse Milieumaatschappij) beschikt inderdaad over een deel van de noodzakelijke gegevens inzake waterverbruik van de gemeentelijke gebouwen, maar kan op basis van deze gegevens niet met zekerheid een correcte heffing vestigen. Een aangifte blijft dus noodzakelijk.

Art. 35octies van de wet 26.03.1971 op de bescherming van oppervlaktewateren tegen verontreiniging bepaalt dat elke heffingsplichtige die niet onder art. 35quater valt, met uitzondering van de in sector 56 bedoelde heffingsplichtigen (gezinnen), verplicht een aangifte met de nodige gegevens voor de berekening van de vuilvracht moet indien bij VMM en dit voor 15 maart van elk heffingsjaar.

Deze verplichting heeft achterliggende redenen. Bedrijven, met inbegrip van gemeenten, moeten naast hun leidingwaterverbruik, ook gegevens doorgeven met betrekking tot andere waterverbruiken (grondwater, oppervlaktewater, hemelwater, ander water), tellerstanden voor de verschillende waterverbruiken, gegevens met betrekking tot meet- en bemonsteringscampagnes, lozingsplaats, activiteiten, tewerkgestelde personeelsleden...

Een groot aantal gemeenten heeft meerdere activiteiten die tot verschillende heffingssectoren behoren bv. cafetaria, sporthallen, scholen, (besproeien van) sportvelden, ...Voor VMM is het niet mogelijk om de opsplitsing van de waterverbruiken in functie van de verschillende activiteiten zelf te maken. Dit gebeurt immers meestal op basis van interne debietmeters, soms op forfaitaire basis gebaseerd op gegevens van de heffingsplichtige.

VMM heeft dus elk jaar extra informatie nodig van de (gemeente)bedrijven.