230701 | ROETE E. en GABRIËL M. / Vlaamse Gewest

R.v.St., 24 januari 2008, 7e K., nr. 178898

Uit het oriënterend bodemonderzoek van de OVAM, waarop zich de bestreden beslissing (beslissing om de bodem van een perceel te saneren) beroept, blijkt dat voor drie zware metalen de bodemsaneringsnormen zijn overschreden. Deze motivering voor een ernstige aanwijzing van een ernstige bedreiging is voldoende, zodat de wet 29.07.1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen niet is geschonden. Het Vlaamse Gewest heeft niet onzorgvuldig of kennelijk onredelijk gehandeld.

De bodemsanering waartoe beslist is, houdt in eerste instantie enkel een beschrijvend bodemonderzoek in. Een beschrijvend bodemonderzoek wordt ingesteld om de ernst van bodemverontreiniging vast te stellen. Het beoogt een beschrijving te geven van de aard, hoeveelheid, concentratie en oorsprong van de verontreinigende stoffen of organismen, de mogelijkheid op verspreiding ervan en het gevaar op blootstelling eraan van mensen, planten en dieren en van het grond- en oppervlaktewater, evenals een prognose van de spontane evolutie van de verontreinigde bodem naar de toekomst toe. Slechts indien het beschrijvend bodemonderzoek aantoont dat de bodemverontreiniging een ernstige bedreiging vormt, kan worden beslist of er effectief bodemsaneringswerken nodig zijn.

Het bestreden besluit moest niet vaststellen en motiveren dat de bodemverontreiniging op hun grond een ernstige bedreiging vormt, maar enkel dat daartoe ernstige aanwijzingen zijn. De aangevoerde schending van art. 2, 5/, 7/ en 10/ van het bodemsaneringsdecreet wordt niet toegelicht.
Er worden geen overtuigende argumenten aangevoerd die toelaten te besluiten dat er geen ernstige aanwijzingen zijn voor een bodemverontreiniging die een ernstige bedreiging vormt.

Het bestreden besluit neemt de motivering van het voorstel van OVAM over. Daarin wordt verwezen naar de agrarische bestemming van de grond, naar de indeling als zeer kwetsbaar gebied volgens de kwetsbaarheidskaart van het grondwater, naar de aangetroffen concentraties chroom, lood en zink, en naar het oriënterend bodemonderzoek.