232716 | 10.07.2008 BVR betr. werkervaring

Vlaams Min. van Werk, Onderwijs en Vorming,VANDENBROUCKE Frank

B.S., 31.10.2008,3e uitgave, V.178, (341), 57910-57917

Dit besluit biedt een competentieversterkende ervaring op de werkvloer onder begeleiding voor langdurig werklozen om hen naar de reguliere arbeidsmarkt te richten. Het bepaalt de procedure van aanvraag, de voorwaarden voor de subsidies en voor het verlenen van de jaarlijke loonpremie per doelgroepwerknemer. Het besluit legt eveneens verplichtingen ten laste van de promotor op die werkervaring aanbiedt en biedt waarborgen voor de doelgroepwerknemers.

De hiernavolgende promotoren kunnen doelgroepwerknemers in dienst nemen voor de uitvoering van werkervaring:

  • 1° verenigingen zonder winstoogmerk, waarin de plaatselijke overheid een overwegende rol speelt bij de oprichting of de leiding ervan;
  • 2° gemeenten en districten;
  • 3° autonome gemeentebedrijven;
  • 4° gemeentelijke extern verzelfstandigde agentschappen in privaatrechtelijke vorm met uitzondering van vennootschappen;
  • 5° dienstverlenende verenigingen en opdrachthoudende verenigingen, als vermeld in art. 12, par. 2, 2° en 3°, van het decreet 06.07.2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking;
  • 6° de verenigingen van provincies en gemeenten, vermeld in de wet van 22 december 1986 betreffende de intercommunales;
  • 7°OCMW's;
  • 8° verenigingen van openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
  • 9° provincies;
  • 10° autonome provinciebedrijven;
  • 11° provinciale extern verzelfstandigde agentschappen in privaatrechtelijke vorm met uitzondering van vennootschappen;
  • 12° het Vlaamse Gewest en de Vlaamse Gemeenschap;
  • 13° de door de Vlaamse Gemeenschap opgerichte, erkende of gesubsidieerde onderwijsinstellingen; 14° de instellingen van openbaar nut die afhangen van het Vlaamse Gewest en de Vlaamse Gemeenschap; 15° de instellingen van openbaar nut en de verenigingen zonder winstoogmerk beheerst door de wet 27.06.1921 waarbij aan de verenigingen zonder winstoogmerk en aan de instellingen van openbaar nut rechtspersoonlijkheid wordt verleend, en die een sociaal, humanitair of cultureel doel nastreven;
  • 16° erkende sociale huisvestingsmaatschappijen;
  • 17° de polders;
  • 18° de kerkfabrieken en de instellingen die belast zijn met het beheer van de temporaliën van de erkende Erediensten.

Werkervaring bestaat uit een werkervaringsmodule en een inschakelingsmodule die gericht is op de duurzame uitstroom van de doelgroepwerknemer naar de reguliere arbeidsmarkt. De werkervaringsmodule omvat een door de promotor aan de door VDAB toegeleide doelgroepwerknemer aangeboden begeleiding, waarbij de promotor aanbiedt een kwalitatieve en competentieversterkende leerwerkervaring aan de doelgroepwerknemer gedurende minimaal zes maanden en maximaal 12 maanden. Hij moet op elk aanbod ingaan om de competenties van de doelgroepwerknemer te versterken, zowel basiscompetenties, de computervaardigheden en sociale vaardigheden, als specifieke technische competenties, als competenties die gericht zijn op het zoeken naar een job op de reguliere arbeidsmarkt.
Tijdens de duurtijd van de werkervaring optreedt als werkgever van de doelgroepwerknemer.
De VDAB kan in overleg met de promotor en het leerwerkbedrijf de duur van de werkervaringsmodule verlengen tot maximaal 18 maanden indien zij oordeelt dat de doelgroepwerknemer nog niet voldoende arbeidsmarktrijp is.

De inschakelingsmodule is een door een leerwerkbedrijf begeleide module die complementair is aan de werkervaringsmodule en die gericht is op het versterken van de generieke competenties van de doelgroepwerknemer met het oog op de uitstroom naar de reguliere arbeidsmarkt. inschakelingsmodule heeft een looptijd van maximaal 18 maanden.

De VDAB zorgt voor de toeleiding van de doelgroepwerknemer naar werkervaring. De toeleiding houdt rekening met het uit te voeren takenpakket, het functionele profiel dat de promotor vraagt, en met de karakteristieken van de regionale arbeidsmarkt.

De promotor kan voor de aanwerving van een doelgroepwerknemer aanspraak maken op een subsidiëring in het kader van de werkervaringsmodule, als hij de door het besluit bepaalde voorwaarden respecteert.

De promotor die doelgroepwerknemers in dienst wil nemen in het kader van werkervaring, richt een aanvraag tot het Subsidieagentschap. Het Subsidieagentschap stelt een modelformulier en een handleiding ter beschikking van de promotor.
De beslissing tot goedkeuring van het werkervaringsproject geldt voor een periode van vier jaar.
De promotor dient een aanvraag in voor elke wijziging van de goedgekeurde aanvraag en voor elke geplande wijziging van de werkervaring.

De doelgroepwerknemers behouden hun loon als ze afwezig zijn om in te gaan op een werkaanbieding. In dat geval leggen zij een bewijs van de werkaanbieding voor met vermelding van de naam en contactgegevens van de potentiële werkgever en van het tijdstip van het sollicitatiegesprek.

Op basis van de evaluatie van de promotor kan de minister na het jaarlijkse advies van het Subsidieagentschap beslissen de subsidie geheel of gedeeltelijk stop te zetten.

Het BVR 17.06.1997 houdende harmonisering van diverse stelsels werkervaringsprojecten gewijzigd bij de BVR 10.03.1998, 27.10.1998, 08.06.1999, 14.05.2004, 10.06.2005 en 08.07.2005, wordt opgeheven.

nvdr: Het BVR 10.07.2008 betreffende werkervaring werd op 01.09.2016 opgeheven door het BVR 10.06.2016 tot uitvoering van het decreet 04.03.2016 houdende het Vlaamse doelgroepenbeleid (zie doc. nr. 302140).