232921 | n.v. Etn. Franz COLRUYT / Vlaamse Gewest

R.v.St., 20 december 2007, 7e K., nr. 178155

De betwiste voorwaarde is ingevoerd om het afvalwater efficiënter te kunnen zuiveren en om de overstorten van de rioleringen minder in werking te laten treden, om zodoende de kwaliteit van het oppervlaktewater te verbeteren. De Raad van State stelt dus vast dat de overheid de vergunning afhankelijk heeft gemaakt van de strikte naleving van een aantal voorwaarden, waaronder de bestreden voorwaarde. Het Vlaamse Gewest heeft over de vergunningsaanvraag in haar geheel beslist en de bijzondere voorwaarden onmiddellijk en onlosmakelijk gekoppeld aan de vergunning zelf.

Een milieuvergunning is in beginsel één en ondeelbaar, en kan niet op ontvankelijke wijze gedeeltelijk met een annulatieberoep worden bestreden. Van dit beginsel, bij wege van uitzondering, dat beperkend moet worden uitgelegd, kan alleen worden afgeweken wanneer vaststaat dat het aangevochten gedeelte kan worden afgesplitst van de rest van de vergunning en dat de overheid ook afgezien van het afgesplitste gedeelte voor het niet aangevochten gedeelte dezelfde beslissing zou hebben genomen.
Na een gebeurlijke vernietiging moet die overheid haar beleidsmatige, discretionaire bevoegdheid ten aanzien van de aanvraag die tot de beslissing heeft geleid, kunnen ten volle blijven uitoefenen.

De dakoppervlakte van het gebouw en de verharde bodem rond het gebouw collecteren een zeer grote hoeveelheid hemelwater. Zulks is bijgevolg een essentieel aspect van de inrichting vanuit het milieuoogpunt.