233230 | 21.11.2008 Dec. houdende bepalingen tot begeleiding van tweede aanpassing van de begroting 2008 - Leefmilieu en energie - Oppervlaktewateren (art. 82-83)

Min.-President van de Vlaamse regering en Vlaamse Min. van Institutionele Hervormingen, Havens, Landbouw, Zeevisserij en Plattelandsbeleid,PEETERS Kris

B.S., 27.01.2009,2e uitgave, V.179, (30), 5170-5171

Deze bepaling maakt het mogelijk om de kleinschalige waterzuiveringsinstallatie met een maximale capaciteit van 20 inwonerequivalenten, waarin uitsluitend huishoudelijk afvalwater wordt geleid te beschouwen als een niet ingedeelde inrichting. Dit leidt tot een administratieve vereenvoudiging.

Het gaat om inrichtingen waar 20 IE ontstaat. Voor lozingen in het collectief gezuiverde gebied betekent dit dus lozingen van 20 IE op de riolering (en in collectief te optimaliseren buitengebied dus lozing op het oppervlaktewater via septische put conform de voorwaarden van Vlarem); voor lozingen in het individueel te optimaliseren buitengebied betekent dit voor bestaande inrichtingen lozing van 20 IE via septische put op oppervlaktewater en voor nieuwe inrichtingen lozing van 20 IE via IBA op oppervlaktewater. Het gaat dus in het geval van collectief gezuiverd afvalwater om effluent naar de riolering toe en in het geval van individueel te zuiveren afvalwater om het influent van de IBA (of - voorlopig - de septische put). Ook woongelegenheden van meer dan 20 IE zoals appartementen of rusthuizen zijn niet ingedeeld en vallen dus niet onder de vergunnings- of meldingsplicht. Het feit dat inrichtingen niet langer ingedeeld zijn, wilt niet zeggen dat ze niet aan voorwaarden onderhevig zijn. Immers, dan gelden de voorwaarden voor niet-ingedeelde inrichtingen. Het is perfect mogelijk voor de bevoegde overheid in casu de gemeente om de naleving van deze voorwaarden na te gaan. Het handhavingsdecreet vormt daarbij een nieuw en krachtig instrument dat een effectieve aanpak van milieu-inbreuken mogelijk maakt. Ook de nieuwe samenwerkingsovereenkomst bevat incentives voor de gemeenten om hun verantwoordelijkheid op het vlak van handhaving ter zake op te nemen.

Op dit moment kan septisch materiaal afgevoerd worden naar een RWZI voor verwerking, zonder dat de heffingsvrijstelling voor de RWZI's in het gedrang komt. Indien geïnterpreteerd wordt dat septisch materiaal enkel van alleenstaande septische putten kan komen zou dit problemen voor de vrijstellingsregeling kunnen opleveren bij de verwerking van slib afkomstige van kleinschalige waterzuiveringsinstallaties. Daarom wordt voor alle duidelijkheid 'kleinschalige waterzuiveringsinstallaties met een capaciteit van maximaal 20 inwonerequivalenten' expliciet in het artikel opgenomen. Op die manier kan het slib afkomstig van een kleinschalige waterzuiveringsinstallatie met een maximale capaciteit van 20 inwonerequivalenten, waarin uitsluitend huishoudelijk afvalwater wordt geleid, vanaf heffingsjaar 2008 naar een RWZI worden afgevoerd, zonder dat het totale RWZI-effluent aan de oppervlaktewaterheffing wordt onderworpen.

Art. 2 en 35bis van de wet 26.03.1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging worden gewijzigd.