234293 | Grondwettelijk Hof nr. 31/2007 van 21 februari 2007 - Zelfs de beste jurist kan kromme wetgevende intenties niet rechttrekken

WAETERINCKX Patrick

T.Gem., december 2008, V.21, (4), 262-275

Naar aanleiding van recente rechtspraak en wetgeving kan het Grondwettelijk Hof, volgens dit artikel, nog moeilijk zijn standpunt volhouden, waarin het oordeelt dat art. 5, lid 4, StrafW. het gelijkheidsbeginsel niet schendt. De discussie draait rond de strafrechtelijke immuniteit van publiekrechtelijke rechtspersonen.

Volgende punten komen aan bod:

  • Inleiding;
  • Toepassingsgebied ratione personae van art. 5 StrafW. - Welke rechtspersonen?;
    • Principe;
    • Groeperingen zonder rechtspersoonlijkheid geassimileerd aan rechtspersonen;
    • Rechtspersonen naar buitenlands recht;
    • Uitgesloten rechtspersonen (art. 5, lid 4, StrafW.);
  • Het arrest nr. 31/2007 van het Grondwettelijk Hof:
    • Aanleiding - context;
    • Kritiek op de uitsluiting onder art. 5, lid 4, StrafW.
      • De logica (?) van de wetgever;
      • Het Arbitragehof - het arrest nr. 128/2002;
      • Kritiek;
      • De watering en het arrest 31/2007 van het Grondwettelijk Hof:
        • Invalshoek 1 - de juridisch-maatschappelijke wenselijkheid om wateringen als publiekrechtelijke rechtspersoon uit te sluiten;
        • Invalshoek 2 - de eigen rechtspraak (en logica) van het Grondwettelijk Hof betreffende art. 5, lid 4, StrafW.
  • Conclusies.