236568 | S. en crts / Aquafin n.v.

Cass., 28 februari 2008, 1e K.

Het onder bepaalde voorwaarden uitvoeren van werken door de begunstigde van een verklaring van openbaar nut heeft niet tot gevolg dat de eigenaar, die de erfdienstbaarheid moet dulden, door geweld of een feitelijkheid wordt onzet uit zijn bezet. De werken die moeten worden uitgevoerd (in deze zaak voor de oprichting van de rioolwaterzuiveringsinfrastructuur onder/op de private gronden) zijn niet onderworpen aan de voorafgaande instemming van de eigenaar of de huurder van de grond.

Krachtens art. 1370 Ger.W., kan de reïntegranda als bezitsvordering die de handhaving van de openbare rust beoogt, worden ingesteld door elke houder van een onroerend goed of door elke titularis van een zakelijk onroerend recht, wiens genot door geweld/of door een feitelijkheid wordt gestoord. De bezitsstoornis bedoeld in die wetbepaling kan een ontzetting van het bezit tot gevolg hebben op voorwaarde dat ze gepaard gaat met de gehele of gedeeltelijke inbezitneming van andermans eigendom.

In deze zaak noch in de Gaswet (wet 12.04.1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen) noch in het BVE 20.03.1991 (houdende vaststelling van regelen met betrekking tot de uitvoering van werken door de nv Aquafin in toepassing van de art. 32septies en 32octies van de wet 26.03.1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging) worden de na een van openbaar nutverklaring uit te voeren werken afhankelijk gesteld van de voorafgaande instemming van de betrokken eigenaars of huurders. Evenmin ingeval van verzet tegen de inbezitneming van de gronden door de eigenaar of huurders wordt voorgeschreven dat er een bijkomende gerechtelijke machtiging vereist is, alvorens de werkzaamheden mogen worden aangevat.
Tenslotte dient de vennootschap die werken uitvoert geen bijkomende uitvoerbare titel in rechte aan te vragen, alvorens de werkzaamheden tot de uitvoering der werken over te gaan.

De appelrechters hebben overwogen dat het art. 11 van de Gaswet uitdrukkelijk bepaalt dat de bezetting van private gronden tengevolge van werken uitgevoerd na een openbaar nutverklaring, geen bezitsneming inhoudt.