237640 | RAETS Dirk en crts / Vlaams Gewest

R.v.St., 5 juni 2008, 7e K., nr. 183805

Voor zover als relevant, moet een milieuvergunningsaanvraag worden onderworpen aan de watertoets. Dit hangt af van het 'schadelijk effect' in de zin van art. 3, par. 2, 17/, van het decreet 18.07. 2003 betreffende het integraal waterbeleid, dat het inwilligen van de milieuvergunningsaanvraag zou kunnen veroorzaken. De vergunningverlenende overheid moet nagaan of een watertoets al of niet relevant is.

De devolutieve werking van een hoger beroep tegen een mileuvergunning verplicht daarenboven de beroepsoverheid (in dit geval de bestendige deputatie) om het dossier opnieuw in al zijn wetmatigheids- en opportuniteitsaspecten te bekijken. Het volstaat dus niet dat de beroepsoverheid zich reeds had uitgesproken over de watertoets in eerste aanleg en dat het de aanvraag niet opnieuw aan die watertoets onderwerpt.