241963 | RAETS Dirk en crts / Vlaamse Gewest

R.v.St., 4 juni 2009, 7e K., nr. 193847

'Voor zover als relevant', moet een milieuvergunningsaanvraag worden onderworpen aan de watertoets en moet het vergunningsbesluit daaromtrent een uiteenzetting bevatten. Of een watertoets relevant is hangt af van het 'schadelijk effect' dat de vergunde inrichting zou kunnen veroorzaken en dat gedefinieerd is in art. 3, par. 2, 17/, van het decreet 18.07.2003 betreffende het integraal waterbeleid.

De vergunningverlenende overheid moet in de eerste plaats nagaan of de watertoets relevant is. Zij mag er niet zonder meer en bij voorbaat van uit gaan dat die toets niet relevant is. En tot de irrelevantie kan enkel besloten worden wanneer uit het voorwerp van de aanvraag duidelijk blijkt dat er geen enkel nadelig effect te vrezen valt of wanneer de vergunning toch geweigerd moet worden om andere redenen dan deze die verband houden met de waterhuishouding.

De aangevraagde vergunning betreft een uitbreiding van de capaciteit voor de opslag en de sortering van afvalstoffen met 60 ton, een uitbreiding voor het stallen van 73 voertuigen, een uitbreiding van het debiet voor het lozen van bedrijfsafvalwater tot een totaal debiet van 5,736 m³/uur, 11,2 m³/dag en 321 m³/jaar en een uitbreiding met een opslag van 10 ton autobanden. De inrichting is gelegen binnen een beschermingszone van type III in een waterwingebied en het bedrijfsafvalwater wordt geloosd in de Middelbeek. Dergelijke uitbreiding is niet zo minimaal dat er redelijkerwijze geen enkele weerslag op de waterhuishouding van te verwachten valt.

Het besluit houdende enerzijds het gedeeltelijk verlenen van de vergunning om een aannemingsbedrijf te veranderen door toevoeging, uitbreiding en wijziging en anderzijds aktename van de in klasse 'ingedeelde onderdelen van de inrichting' wordt vernietigd.