244567 | JACOPS Luc / Vlaamse Gewest en gemeente Nijlen

R.v.St., 17 november 2009, 10e K., nr. 197883

In elk plan dat wordt opgesteld, moeten de resultaten van de watertoets moeten worden vermeld overeenkomstig art. 8 van het decreet 18.07.2003 betreffende het integraal waterbeleid, ongeacht de invloed die dat plan heeft op de waterhuishouding. In deze zaak is geen enkele toetsing gebeurd, zodat het goedkeuringsbesluit strijdig is met deze bepaling.

Krachtens art. 8 van het decreet 18.07.2003 betreffende het integraal waterbeleid strekt de watertoets tot het onderzoeken van het causaal verband tussen het aan te nemen of goed te keuren plan van aanleg en de schadelijke effecten in de zin van het art. 3, par. 2, 17°, van dit decreet.
Een beslissing waarbij een plan wordt aangenomen of goedgekeurd, dient een formele motivering te bevatten waaruit blijkt dat de watertoets is uitgevoerd. Uit die motivering moet meer bepaald blijken, hetzij dat uit de ordening die met het plan wordt beoogd geen schadelijke effecten kunnen ontstaan, hetzij dat zulke effecten wel kunnen ontstaan, maar dat ze door het opleggen van gepaste voorwaarden zoveel mogelijk worden beperkt of hersteld.

Noch de bestreden beslissing, noch het besluit van de gemeenteraad houdende de definitieve vaststelling van het bijzonder plan van aanleg bevat een motivering inzake de watertoets. Bijgevolg is niet voldaan aan de bepalingen van art. 8, par. 1 en 2 van het decreet integraal waterbeleid.

De stelling dat er ter plaatse geen waterproblematiek aan de orde is, dat het gebied in kwestie niet als recent overstroomd gebied is aangeduid en dat er geen gevaar is voor enige wateroverlast of schadelijke effect, kan aan de voorgaande vaststelling geen afbreuk doen. Deze motieven dienden immers, overeenkomstig art. 8, par. 2, van het decreet integraal waterbeleid, uit het bestreden besluit zelf te worden afgeleid, vermits enkel met de in dat besluit weergegeven motieven rekening mag worden gehouden.