246821 | THEWIS Hilde en THEWIS Joseph / Deputatie van de provincieraad van Limburg

R.v.St., 17 februari 2010, 10e K., nr. 201008

Een beslissing waarbij een vergunning wordt verleend dient een formele motivering te bevatten waaruit blijkt dat de in art. 8, par. 1, van het decreet 18.07.2003 betreffende het integraal waterbeleid bedoelde watertoets is uitgevoerd. Uit die motivering moet meer bepaald blijken, hetzij dat uit het voorwerp van de vergunning geen schadelijke effecten kunnen ontstaan als bedoeld in art. 3, par. 2, 17/ van het decreet, hetzij dat zulke effecten wel kunnen ontstaan, maar dat die door het opleggen van gepaste voorwaarden zoveel mogelijk worden beperkt of hersteld.

Uit de bestreden verkavelingsaanvraag blijkt dat de wijzigingen aan de bouwplannen determinerend waren voor de inwilliging van de aanvraag door de deputatie, en dus niet anders dan als essentiƫle wijzigingen kunnen worden beschouwd die, op straffe van schending van onder meer de bevoegdheid van het college van burgemeester en schepenen van de stad, niet in de loop van de administratieve beroepsprocedure konden worden aangebracht.

De aard van de wijzigingen aan de plannen moet op zich worden beoordeeld. Het komt alleen aan de blote eigenaar en vruchtgebruiker van het perceel dat paalt aan de achterzijde van de percelen waarop de bestreden verkavelingsaanvraag betrekking heeft, toe te oordelen of de aangebrachte wijzigingen dermate gunstig zijn dat zij geen beroep moeten instellen.