252788 | v.z.w. Milieufront Omer Wattez / Vlaamse Gewest

R.v.St., 19 augustus 2010, 7e K., nr. 206918

Het BVR 10.07.2008 waarbij het algemeen oppervlaktedelfstoffenplan (AOD) definitief werd vastgesteld is geen voor vernietiging vatbare administratieve rechtshandeling. Het is immers op zich niet juridisch bindend.

Uit de art. 3, 4, 5 en 6 van het oppervlaktedelfstoffendecreet blijkt niet dat het AOD ertoe strekt de rechtstoestand van de rechtsonderhorigen te wijzigen. Het vormt een basis voor de sectorale voorstellen inzake ruimtelijke ordening en is mee de basis voor de opmaak van andere specifieke beleidsplannen. Uit art. 8 van het oppervlaktedelfstoffendecreet blijkt dat er nog acties en nadere maatregelen moeten worden genomen.

Ten slotte stelt de Raad van State vast dat in het AOD zelf geen expliciete, duidelijke aanwijzingen zijn opgenomen van aard om aan te nemen dat dit AOD moet worden opgevat als een voor vernietiging vatbare administratieve rechtshandeling. Het plan vertoont, spijts de verwijzing van de verzoekende partij naar een kaart waarop volgens haar specifieke locaties zouden zijn aangeduid, onvoldoende precisie om als een rechtsregel te kunnen fungeren en is niet geconcipieerd als een geheel van rechten en plichten, ook niet voor bepaalde onderdelen ervan.