253613 | DE VRIES Herman en BLASZAK Maria / Gemeente Kapellen

R.v.St., 14 september 2010, 10e K., nr. 207356

Een beslissing waarbij een stedenbouwkundige vergunning wordt verleend moet een formele motivering bevatten waaruit blijkt dat de in art. 8, par. 1 DIWB bedoelde watertoets is uitgevoerd. Uit die motivering moet meer bepaald blijken, hetzij dat uit de werken waarvoor de vergunning wordt verleend geen schadelijke effecten kunnen ontstaan als bedoeld in art. 3, par. 2, 17/ van het voormelde decreet, hetzij dat zulke effecten wel kunnen ontstaan, maar dat die door het opleggen van gepaste voorwaarden zoveel mogelijk worden beperkt of hersteld. Enkel met de formeel uitgedrukte motieven mag rekening worden gehouden.

Het bestreden besluit (waarbij vergunning tot regularisatie van verhardingen en ophogingen in de tuin op een perceel wordt verleend) heeft de volgende gebreken op dat vlak:

  • het bevat een loutere omschrijving uit van de wijze waarop de werken zijn uitgevoerd, zonder dat hieruit evenwel blijkt of de uitvoering van de werken op deze wijze al dan niet schadelijke effecten doet ontstaan in de zin van het DIWB;
  • het stelt louter vast dat het perceel niet is gelegen in een recent overstroomd gebied of een overstromingsgebied (wat op zich niet impliceert dat het uitvoeren van de werken waarvoor thans de vergunning wordt gevraagd, zoals in casu onder meer het aanbrengen van een verharding door het aanleggen van een terras, schadelijke effecten in de zin van het DIWB ter plaatse uitsluit);
  • het neemt de voorwaarde op dat 'de bepalingen van de Provincie Dienst Waterbeleid (...) stipt (dienen) nageleefd te worden' (wat niet volstaat om te voldoen aan de door art. 8, par. 2, tweede lid DIWB opgelegde motiveringsplicht);
  • het bevat de stelling dat er ten gevolge van de vergunde werken geen schadelijke effecten voorhanden zijn en dat om die reden ook geen watertoets vereist is (de watertoets beoogt immers precies te waarborgen dat geen schadelijk effect ontstaat, dat het zoveel mogelijk wordt beperkt, hersteld of gecompenseerd).
Het bestreden besluit is derhalve genomen met miskenning van de vereisten opgelegd door art. 8, par. 1 en 2 DIWB.