256164 | 17.02.2011 V. nr. 314 (Vl.P.): Stortplaatsen - Stand van zaken

JANS Lies

nog niet verschenen in het Bulletin Vragen en Antwoorden - Zitting 2010-2011

Elke gemeente had vroeger één of meerdere stortplaatsen waar ze het (on)gevaarlijk afval kwijt konden. Na verloop van tijd zijn een aantal van deze stortplaatsen uit het geheugen van de burgers gewist en worden de bewuste terreinen nu gebruikt voor andere doelstellingen. De OVAM beschikt over een Grondeninformatieregister waarin onder meer de in het verleden geïnventariseerde stortplaatsen zijn opgenomen. Op een 1600-tal locaties in Vlaanderen waren indicaties aanwezig die wijzen op stortactiviteiten. De minister legt één en ander uit over de karakterisering en sanering van deze stortplaatsen.

Per stortplaats zijn bij de inventarisatie de vermoedelijke afvalstoffen vermeld, gebaseerd op de beschikbare archiefstukken en mededelingen van de gemeente. De vermelding van de vermoedelijke afvalstoffen gebeurt op basis van de lijst van risico-inrichtingen zoals gespecificeerd in bijlage 1 van Titel I van het VLAREM.

Wanneer uit een oriënterend bodemonderzoek blijkt dat door de opslag van de afvalstoffen er duidelijke aanwijzingen zijn van een ernstige bodemverontreiniging, wordt een beschrijvend bodemonderzoek uitgevoerd om de ernst vast te stellen. Dit beoogt een beschrijving te geven van de soort, de aard, de hoeveelheid, de concentratie, de oorsprong en de omvang van de verontreinigende stoffen of organismen, de mogelijkheid op verspreiding ervan en het gevaar op blootstelling eraan van mensen, planten en dieren en van het grond- en oppervlaktewater.

De mogelijkheden inzake nabestemming van de stortplaats en toekomstige ontwikkelingsmogelijkheden van de omliggende gebieden is afhankelijk van de eigenschappen (type afvalstoffen, opbouw en grootte, ligging, ...) van de stortplaats.

Bij de keuze van de saneringstechniek kan in hoofdzaak onderscheid gemaakt worden tussen ontgraving, in-situ behandeling en isolatietechnieken.