258998 | 01.06.2011 V. nr. 489 (Vl.P.): Overstromingsgevoelige gebieden - Verkavelingen

WATTEEUW Filip

nog niet verschenen in het Bulletin Vragen en Antwoorden - Zitting 2010-2011

Het antwoord op de vraag bespreekt de beleidsvisie van de minister over het verkavelen van en bouwen in overstromingsgevoelig gebied.

De discussie wordt vaak verengd tot het wel of niet bouwen in overstromingsgevoelige gebieden. De minister stelt dat er vooral over gewaakt dient te worden dat, via de correcte toepassing van de watertoets en een aangepaste stedenbouwkundige verordening, de schadelijke effecten worden vermeden. Essentieel zijn twee elementen. Het drietrapsprincipe vasthouden-bergen-afvoeren wordt bij voorkeur maximaal toegepast. Hemelwater moet waar mogelijk ofwel kunnen infiltreren in de bodem ofwel hergebruikt worden. Op die manier wordt de versnelde toevoer van bijkomend water tijdens piekdebieten voorkomen. In tweede instantie moet maximaal ruimte voor water behouden blijven (of hersteld worden).

Een bouwverbod in overstromingsgevoelige gebieden is echter een te verregaande en ongenuanceerde maatregel. Bij de vergunningverlening moet er wel over gewaakt worden dat er geen ruimte om water te bergen verloren gaat. De insteek van de watertoetsadviezen is daarbij essentieel. Het is in veel gevallen mogelijk, via een aangepast ontwerp of via voorwaarden die in de vergunning kunnen opgelegd worden, te garanderen dat de nieuwe gebouwen voldoende hoog gebouwd worden (dat kan zowel via bouwen op palen, op overstroombare kruipkelders als via het ophogen van het deel van het perceel waar het gebouw wordt voorzien) en dat de bestaande ruimte voor water niet wordt verminderd (bv. door het op te hogen deel te compenseren door een ander deel van het perceel af te graven). De administratie van de minister bereidt samen met de waterbeheerders binnen de CIW een aangepaste stedenbouwkundige verordening hemelwater voor.

Uit de recente evaluaties van het instrument watertoets door de Coördinatiecommissie Intergraal Waterbeleid is duidelijk naar voor gekomen dat er twee initiatieven essentieel zijn voor een betere werking ervan: de vereenvoudiging van de watertoets procedures en de omkadering van de watertoets ten behoeve van initiatiefnemers, vergunningverleners en adviesverleners.