260789 | 23.12.2011 Dec. houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2012 - Oppervlaktewateren - Bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging - (art. 47, 48, 49, 50, 51)

Min.-President van de Vlaamse regering en Vlaams minister van Economie, Buitenlands Beleid, Landbouw en Plattelandsbeleid,PEETERS Kris

B.S., 30.12.2011,4e uitgave, V.181, (387), 81689-81690

Deze artikelen brengen wijzigingen aan aan de wet op de bescherming van het grondwater, onder andere om deze af te stemmen op het Grondwaterdecreet. Zo wordt onder meer duidelijk gemaakt dat niet alleen de vergunninghouder of diegene die de melding heeft gedaan maar ook elke andere natuurlijke of rechtspersoon die beschikt over de grondwaterwinning heffingsplichtig is en verantwoordelijk voor de naleving van de verplichtingen opgelegd in de heffingswetgeving.

Met het oog op een samenhangende heffingswetgeving wordt art. 35bis, par. 3, afgestemd op het gewijzigde art. 28ter, par. 3, van het Grondwaterdecreet. Dit betreft een verduidelijking zodat de ontvangsten oppervlaktewaterheffing kunnen worden gerealiseerd.

De 30 %-regel strekt ertoe bedrijven financieel aan te moedigen te bemonsteren in een periode met normale bedrijfsactiviteit. Om de oneigenlijke toepassing van de 30 %-regel te corrigeren wordt in de tekst van art. 35quinquies, par. 4, toegevoegd: 'voor zover dit resulteert in een hogere vuilvracht'. Daarnaast heeft art. 35quinquies, par. 4, nog een ander ongewenst neveneffect. Tot nu toe worden de kosten van de VMM-meetcampagne bij iedere 30 %-overschrijding ten laste gelegd van de heffingsplichtige. In de gewijzigde tekst van art. 35quinquies, par. 4, wordt nu toegevoegd wanneer de kosten niet worden teruggevorderd.

Het decreet 27.03.2009 voegde aan het Milieuvergunningendecreet een nieuw hoofdstuk IIIbis toe dat eenvormige regels bepaalt voor de erkenning van milieudeskundigen en milieulaboratoria. Het Vlaams Reglement Erkenningen Leefmilieu (VLAREL) dat uitvoering geeft aan het Erkenningendecreet, integreert de bestaande erkenningsstelsels op het vlak van het leefmilieu. Art. 35quinquies, par. 12, wordt afgestemd op het VLAREL. Daarnaast wordt in art. 35quinquies, par. 12, verduidelijkt dat de verzegeling door een externe installateur moet gebeuren. Het komt regelmatig voor dat de heffingsplichtige de debietmeter zelf plaatst zonder een beroep te doen op een externe installateur. Uiteraard kan hij niet zelf de verzegeling uitvoeren. Tenslotte wordt de verplichting tot verzegeling anders geformuleerd. Door deze verplichting meer afdwingbaar te maken, kunnen discussies hierover worden vermeden. Betreft een noodzakelijke aanpassing zodat de inkomsten kunnen blijven worden gerealiseerd.

In art. 35septies, par. 2, worden dezelfde aanpassingen als in art. 35quinquies, par. 12, gedaan.

Art. 35terdecies, par. 6 en 7, bepaalt dat zowel het kohier als het heffingsbiljet een aantal verplichte vermeldingen moeten bevatten. Als de heffingsplichtige water afneemt van het openbaar waterdistributienetwerk moeten de naam en het adres van facturatie worden vermeld. Dit vormvoorschrift dient aangepast voor de heffingsplichtigen die belast worden op basis van de gegevens van de aangifte. Bij deze categorie kunnen de heffingsbiljetten niet uitsluitend op basis van de facturatiegegevens worden opgemaakt. Wegens veel voorkomende wijzigingen in de facturatie wijken deze gegevens vaak af van de identiteit en het adres vermeld in de aangifte. De verplichte vermelding van de gegevens van facturatie geeft in de praktijk dan ook geregeld aanleiding tot problemen. Dit is ondermeer het geval wanneer het facturactieadres niet het adres van de maatschappelijke zetel is waarnaar het heffingsbiljet moet worden gestuurd. Vandaar dat de huidige regeling nog enkel behouden wordt voor de heffingsplichtigen die onder de toepassing vallen van art. 35quater. In art. 35quater zijn de heffingsformules voor kleinverbruikers opgenomen.