265215 | 30.03.2012 BVR wijz. KB 29.11.1968 houdende vaststelling van de procedure bij de onderzoeken de commodo et incommodo, voorgeschreven door de wet 28.12.1967 betr. de onbevaarbare waterlopen en wijz. diverse bepalingen van BVR 24.07.2009 tot uitvoering van de onteigening ten algemene nutte, het recht van voorkoop, de aankoopplicht en de vergoedingsplicht van titel I van dec. 18.07.2003 integraal waterbeleid en tot aanvulling ervan met een regeling voor de afbakening van overstromingsgebieden

Vlaams Min. van Leefmilieu, Natuur en Cultuur,SCHAUVLIEGE Joke

B.S., 09.05.2012,1e uitgave, V.182, (160), 27322-27325

Bij de evaluatie van de overstromingen van november 2010 is gebleken dat er nood is aan bijkomende overstromingsgebieden om piekdebieten te kunnen opvangen. In het decreet Integraal Waterbeleid was al de mogelijkheid voorzien om buiten de waterbeheerplannen overstromingsgebieden af te bakenen bij beslissing van de Vlaamse Regering. Dit besluit geeft nu invulling aan deze tussentijdse afbakening en maakt het mogelijk om voor de vaststelling van de tweede generatie waterbeheerplannen overstromingsgebieden af te bakenen.

Hiertoe wordt een art. 12/1 ingevoegd in het KB 29.11.1968 houdende vaststelling van de procedure bij de onderzoeken de commodo et incommodo, voorgeschreven door de wet 28.12.1967 betreffende de onbevaarbare waterlopen.

Vervolgens wordt het opschrift van het BVR 24.07.2009 tot uitvoering van de onteigening ten algemene nutte, het recht van voorkoop, de aankoopplicht en de vergoedingsplicht van titel I van het DIWB gewijzigd, en met name aangevuld met 'de afbakening van overstromingsgebieden'.
In hetzelfde besluit worden art. 1 (definities), 2 (het machtigen van de provincies en de gemeenten om over te gaan tot onteigeningen ten algemene nutte), 9 (bekendmaking van gegevens voor een onroerend goed dat binnen een afgebakend overstromingsgebied gelegen is en actief wordt ingeschakeld in de waterbeheersing), 10 (voorwaarden voor de verplichting van de initiatiefnemer tot aankoop van het onroerend goed, ), 14 (het vragen van een vergoeding aan de initiatiefnemer), 23 (het vragen van een vergoeding toegekend voor nietterugverdienbare investeringen) en 24 (aantonen van andere teelten dan grasland bij het openbaar onderzoek) gewijzigd.
De art. 3 en 4 van dit besluit worden opgeheven.
Aan hetzelfde besluit wordt een titel V, die bestaat uit art. 28 tot en met 33, toegevoegd, die luidt als volgt: 'Titel V. - Afbakening van overstromingsgebieden'.
Aan hetzelfde besluit wordt een nieuwe titel VI, die bestaat uit art. 34, toegevoegd, die luidt als volgt: 'Titel VI. - Slotbepalingen' en die bepaalt dat de de Vlaamse minister, bevoegd voor het leefmilieu en het waterbeleid, belast is met de uitvoering van dit besluit.