27708 | 24.12.1996 Wet betr. de vestiging en de invordering van de provincie- en gemeentebelastingen

Vice-Eerste Min. en Min. van Binnenlandse Zaken,VANDE LANOTTE Johan

B.S., 31.12.1996, V.166,3e uitgave, (248), 32483-32486

De wet 23.12.1986 betreffende de invordering en de geschillen ter zake van provinciale en plaatselijke heffingen, had tot doel de materie van de provincie- en de plaastelijke beslastingen op definitieve en uniforme wijze te regelen.
De praktijk wees echter uit dat nog te veel hiaten bleven bestaan, bijvoorbeeld met betrekking tot:

  • de mogelijkheid overtredingen van een belastingreglement te bestraffen;
  • het in consignatie geven van bedragen;
  • de weigering een contantbelasting te betalen;
  • ...
Deze wet heeft de bedoeling tegemoet te komen aan de in praktijk opgedoken problemen rond de toepassing van deze wet, zonder daarom de voornaamste principes ervan op de helling te zetten of af te schaffen.
Zo behoudt deze wet het principe van de bevoegdheid van de bestendige deputatie om uitspraak te doen over bezwaren inzake aanslagen in lokale belastingen.
Deze wet wijzigt wel het principe dat de gouverneur de kohieren uitvoerbaar verklaart door die beslissing toe te vertrouwen aan een orgaan van de belastingheffende overheid. Het was niet langer wenselijk die bevoegdheid toe te vertrouwen aan de gouverneur, omdat de plaatselijke overheden deze beslissingsmacht, die weliswaar belangrijke gevolgen heeft voor de betrokken overheden en voor de belastingplichtigen, gemakkelijk zelf kunnen uitoefenen.
De door de polders en wateringen gevestigde belastingen vallen buiten de toepassing van deze wet omdat de normerende bevoegdheid inzake polders en wateringen van de federale overheid overgedragen werd aan de gewesten.

Deze wet is van toepassing op de door de provincies en de gemeenten gevestigde belastingen. Zij is echter niet van toepassing op de aanvullende belastingen op de belastingen van de federale overheid.

De belastingen worden ingevorderd bij wege van kohieren of contant geïnd tegen afgifte van een betalingsbewijs.
De kohierbelasting moet worden betaald binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet. Wanneer de contante inning niet kan worden uitgevoerd, wordt de belasting ingekohierd en is ze onmiddellijk eisbaar.

De kohieren worden vastgesteld en uitvoerbaar verklaard ten laatste op 30 juni van het jaar dat volgt op het dienstjaar door:

  • het college van burgemeester en schepenen, voor de gemeentebelastingen;
  • de gouverneur of de persoon die hem in zijn ambt vervangt, voor de provinciebelastingen
Het kohier wordt tegen ontvangstbewijs overgezonden aan de met de invordering belaste ontvanger die onverwijld instaat voor de verzending van de aanslagbiljetten. Deze verzending gebeurt zonder kosten voor de belastingplichtige.
De rechten vastgesteld in de kohieren worden boekhoudkundig verbonden aan de ontvangsten van het dienstjaar waarin zij uitvoerbaar werden verklaard.

Indien de belastingverordening voorziet in de verplichting van aangifte, wordt, bij gebrek aan aangifte binnen de in de verordening vastgestelde termijn, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, de belasting ambtshalve ingekohierd.