279624 | 25.04.2014 Dec. betr. de omgevingsvergunning [ Omgevingsvergunningsdecreet ]

Vlaams Min. van Leefmilieu, Natuur en Cultuur,SCHAUVLIEGE Joke

B.S., 23.10.2014, V.184, (296), 82085-82132

Dit kaderdecreet creëert een geïntegreerde vergunningsprocedure waarin zowel de stedenbouwkundige als de milieuaspecten van een voorgenomen project beoordeeld worden. Aldus brengt het decreet een geïntegreerde vergunning tot stand: 'de omgevingsvergunning', waarin zowel de milieuvergunning, de stedenbouwkundige vergunning als de verkavelingsvergunning geïntegreerd zijn.
nvdr: Het nieuwe loket voor omgevingsvergunningen (OMV) werkt nog niet naar behoren. Het Vlaams Parlement heeft daarom beslist dat de gemeenten nog tot 01.01.2018 onder de huidige wetgeving kunnen blijven werken via het loket voor digitale bouwaanvragen (DBA) (zie doc. 311124).

Geïntegreerde vergunningverlening
De vergunningverlening voor de stedenbouwkundige handelingen en verkavelingen en voor de exploitatie van ingedeelde inrichtingen in toepassing van respectievelijk de VCRO en het Milieuvergunningsdecreet wordt geïntegreerd in het Omgevingsvergunningsdecreet. Het decreet integreert bovendien de behandeling en beoordeling van een milieueffectrapport en een omgevingsveiligheidsrapport in de nieuwe vergunningsprocedure.

Integratie maakt het mogelijk dat een ondernemer op basis van één vergunningsaanvraag, één openbaar onderzoek en één adviesronde één vergunning bekomt die toelating geeft zowel een stedenbouwkundige handeling uit te voeren als een ingedeelde inrichting te exploiteren. Om de beoogde tijdswinst te verzekeren, voert het decreet beperkte proceduretermijnen in. Vervolgens bakent het decreet per procedurefase de termijn af en sanctioneert de overschrijding ervan.

Omgevingsvergunning van onbepaalde duur
Het decreet laat toe dat de omgevingsvergunning voor de exploitatie van ingedeelde inrichtingen of activiteiten voor onbepaalde duur geldig is. Alleen in uitzonderlijke gevallen kan een omgevingsvergunning van bepaalde duur worden verleend. Deze gevallen worden op limitatieve wijze opgesomd in het decreet.

De invoering van de permanente vergunning gaat gepaard met een aantal flankerende maatregelen:

  1. De exploitatie wordt aan evaluaties onderworpen;
  2. Op het einde van elke exploitatieperiode van 20 jaar worden het betrokken publiek, de leidend ambtenaar van de adviesinstanties en de bevoegde vergunningverlenende overheid de kans gegeven hun gemotiveerde opmerkingen te formuleren over de verdere exploitatie. Deze opmerkingen hebben tot gevolg dat er een procedure voor de vergunningverlenende overheid wordt opgestart over het bijstellen van de omgevingsvergunning.

Overleg en administratieve lus
Het decreet maakt facultatief vooroverleg over het project tussen de initiatiefnemer van het project en de overheid mogelijk. Met dit vooroverleg schept de overheid vóór aanvang van de formele vergunningsprocedure aan de initiatiefnemer duidelijkheid over de haalbaarheid van het project. Dit laat toe dat de initiatiefnemer vóór aanvang van de vergunningsprocedure het project nog fundamenteel bijstuurt in functie van de vigerende regelgeving. Het decreet maakt het ook mogelijk dat de bevoegde overheid al dan niet op vraag van de initiatiefnemer derde belanghebbenden uitnodigt op de projectvergadering.

Er wordt een administratieve lus ingesteld. Het is de vergunningsaanvrager toegestaan om na het openbaar onderzoek of tijdens de administratieve beroepsprocedure nog wijzigingen aan de vergunningsaanvraag aan te brengen.

Kwalitatieve vergunningverlening
Het inschakelen van milieuvergunningscommissies in de milieuvergunningsprocedure heeft bijgedragen tot een kwaliteitsvollere vergunningverlening. Het decreet bestendigt deze manier van werken door de advisering van complexe en omvangrijke projecten via provinciale en gewestelijke omgevingsvergunningscommissies te laten verlopen. De Vlaamse Regering wordt gemachtigd te bepalen welke projecten aan het advies van de omgevingsvergunningscommissies worden onderworpen. Daarbij zal rekening worden gehouden met de bestuurlijke capaciteit van de gemeenten.

Administratieve vereenvoudiging
Het Omgevingsvergunningsdecreet reduceert het aantal vergunningsprocedures tot twee, met name een 'gewone vergunningsprocedure' en een 'vereenvoudigde vergunningsprocedure'. De gewone vergunningsprocedure omvat een openbaar onderzoek, de vereenvoudigde vergunningsprocedure niet. Het decreet voert de gecoördineerde omgevingsvergunning in voor wat betreft het luik exploitatie van ingedeelde inrichtingen of activiteiten. Hierdoor heeft de begunstigde van de vergunning steeds één vergunning waaruit de actuele vergunningssituatie voor de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit blijkt.