290891 | Vlaamse milieumaatschappij / BAILLEUL Dirk

Cass., 3 april 2014, 1e K., F130061

De Vlaamse milieumaatschappij (VMM) kan de procedure van rechtzetting (van de aangifte of melding die door de heffingsplichtige is ingediend) slechts volgen in de gevallen waarin de heffingsplichtige een aangifte heeft ingediend binnen de gestelde termijn en met inachtname van de gestelde vormvereisten. De VMM kan de rechtzettingsprocedure niet volgen voor de vaststelling van de heffing in de gevallen waarin de heffingsplichtige geen aangifte heeft ingediend, maar de gegevens nodig om de heffing te vestigen verkregen werden op een andere manier, hier via de door de zaakvoerder in eigen naam ingediende aangifte.

De heffingsplichtige is, behoudens uitzonderingen, verplicht voor 15 maart van elk heffingsjaar een aangifte bij de VMM, in te dienen met de nodige gegevens voor de berekening van de vuilvracht (art. 35octies, par. 1, eerste lid, van de Oppervlaktewaterenwet).

In de gevallen waarin de heffingsplichtige een aangifte indient die behept is met een vormgebrek of een aangifte indient buiten de gestelde termijn, beschikt de VMM over de mogelijkheid de heffing van ambtswege te vestigen, zonder hiertoe evenwel verplicht te zijn. Zij kan in die gevallen de heffing vestigen op basis van de gegevens vervat in de laattijdige of gebrekkige aangifte aangezien de heffingsplichtige hierdoor niet in zijn belangen kan zijn geschaad.

In de gevallen waarin de heffingsplichtige geen aangifte heeft gedaan, is de VMM verplicht de heffing van ambtswege te vestigen ten einde de hieraan verbonden regels inzake de bewijslast te eerbiedigen en het recht van verdediging van de belastingplichtige te vrijwaren. Zij kan in die gevallen bijgevolg geen gebruik maken van de procedure van rechtzetting van de aangifte.

nvdr: De in dit arrest aangehaalde artikelen maken deel uit van Hoofdstuk IIIbis 'Bijzondere bepalingen voor het Vlaamse Gewest inzake heffingen op de waterverontreiniging' van de Oppervlaktewaterenwet.