295578 | 18.12.2015 Dec. houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2016 - Leefmilieu, Natuur en Energie (art. 13 - 29)

Vicemin.-President van de Vlaamse Regering en Vlaams Min. van Begroting, Financiën en Energie,TURTELBOOM Annemie

B.S., 29.12.2015, V.185, (340), 79983-79984

Dit hoofdstuk brengt een reeks wijzigingen aan in de beleidsmateries leefmilieu, natuur en energie. Het betreft onder andere de heffingsregeling in de Oppervlaktewaterenwet en het Grondwaterdecreet, alsook de heffingsregeling voor onvergunde lozingen. Tot slot krijgt de Vlaamse Regering ook machtigingen inzake het vaststellen van landinrichtingsplannen en voor het sluiten van overeenkomsten voor technisch beheer van de 'onroerende goederen aangewend voor maatregelen van landinrichting', onder andere met gemeenten en natuurverenigingen.

Dit hoofdstuk bevat de volgende bepalingen:

  • Afd. 1. Gebruikstoestemmingen Minafonds:
    Deze afdeling kent een delegatie toe aan de Vlaamse Regering die betrekking heeft op het afsluiten van patrimoniumgerelateerde overeenkomsten op gronden die werden verworven met de middelen uit de begroting van het Minafonds bestemd voor aankoop van gronden voor de aanleg van openbare groene zones.

  • Afd. 2. Wijziging heffingsregeling wet Oppervlaktewateren en Grondwaterdecreet:
    • Onderafd. 1. Wet Oppervlaktewateren:
      In de heffingsregeling water die vervat zit in de wet Oppervlaktewateren worden aan de algemeen directeur van de Vlaamse Milieumaatschappij een aantal taken toegewezen. Deze taken moeten voor de goede werking van de heffingsregeling verder vervuld worden, zodat ze aan een andere persoon toegewezen moeten worden. In deze artikelen worden de nodige aanpassingen doorgevoerd in de heffingsregeling uit de wet Oppervlaktewateren. De art. 35bis, 235quinquies en 35quinquiesdecies van de wet Oppervlaktewateren worden aangepast. De wijziging in art. 35sexies van deze wet zet een onnauwkeurigheid in de formule van de N2.0-component voor de aftrek van het opgenomen oppervlaktewater recht.
    • Onderafd. 2. Grondwaterdecreet:
      Net zoals het geval is in de heffingsregeling opgenomen in de wet Oppervlaktewateren, moeten ook in het Grondwaterdecreet de nodige aanpassingen worden doorgevoerd om het niet langer aanwijzen van een algemeen directeur bij de Vlaamse Milieumaatschappij op te vangen. De art. 28ter, 28decies, 28undecies, 28duodecies en 28terdecies worden aangepast.

  • Afd. 3. Wijziging heffingsregeling onvergunde lozingen:
    Deze afdeling wijzigt de heffingsregeling voor onvergunde lozingen opgenomen in art. 35ter, par. 10, van de wet Oppervlaktewateren. Bij vaststelling van een onvergunde lozing geldt een aangepaste heffingsberekening. Volgens art. 35ter, par. 10, moet in voorkomend geval de heffingsberekening worden opgesplitst in enerzijds een ‘normale’ heffingsberekening voor de vergunde periode en anderzijds een ‘aangepaste’ heffing voor de (deels) onvergunde periode. Deze afdeling voorziet in een nieuwe par. 10bis die voortaan bepaalt dat onvergunde lozingen die geen invloed kunnen hebben op de gemeten vuilvracht onder de gewone heffingsregeling vallen. Uiteraard wordt hierbij als voorwaarde gesteld dat de heffingsplichtige al het bedrijfsafvalwater afvoert via het lozingspunt waar bemonsterd wordt en er in het jaar voorafgaand aan het heffingsjaar geen vaststellingen zijn van lozingen op een andere plaats.
    Een overgangsbepaling maakt de nieuwe par. 10bis van art. 35ter op schriftelijke aanvraag van toepassing op de nog niet definitief verschuldigde of nog te vestigen heffingen voor de heffingsjaren 2013-2015.

  • Afd. 4. Machtiging landinrichtingsplan:
    De vaststelling van de landinrichtingsplannen is een exclusieve bevoegdheid van de Vlaamse Regering. De Vlaamse Regering heeft voor specifieke situaties deze bevoegdheid gedelegeerd aan de Vlaamse minister bevoegd voor de landinrichting.
    In de praktijk is het meestal eenvoudiger om analoge landinrichtingsmaatregelen van het Vlaamse Gewest en van gemeenten, provincies, publiekrechtelijke rechtspersonen, privaatrechtelijke rechtspersonen of natuurlijke personen te groeperen en gezamenlijk uit te voeren. Het EVA Vlaamse Landmaatschappij kan voor de uitvoering van gedeelten van landinrichtingsplannen op gronden die eigendom zijn van of beheerd worden door gemeenten, provincies, publiekrechtelijke rechtspersonen, privaatrechtelijke rechtspersonen of natuurlijke personen, voor de uitvoering van gedeelten van landinrichtingsplannen op verzoek van voormelde instanties en personen of voor de verwerving van onroerende goederen die vervolgens worden overgedragen aan een provincie of een gemeente evenveel subsidie van het Vlaamse Gewest verkrijgen als de betrokken gemeenten, provincies, publiekrechtelijke rechtspersonen, privaatrechtelijke rechtspersonen of natuurlijke personen zouden kunnen verkrijgen. De subsidies voor maatregelen die uitgevoerd worden door het EVA Vlaamse Landmaatschappij op gronden van bijvoorbeeld een gemeente of op verzoek van een gemeente zijn dus gelijk aan de subsidies voor maatregelen die uitgevoerd worden door een gemeente zelf.

  • Afd. 5. Machtiging overeenkomsten voor technisch beheer:
    Op grond van deze afdeling kan het Departement LNE overeenkomsten voor technisch beheer van de ’onroerende goederen aangewend voor maatregelen van landinrichting’ in kwestie sluiten met de meest aangewezen beheerder (provincie, gemeente, wildbeheereenheid, natuurvereniging, landbouwer enzovoort). De keuze van de meest aangewezen beheerder gebeurt in overleg met het betrokken ruilverkavelingscomité.
    De functie van de bedoelde onroerende goederen is zeer divers (extensief uitgebaat weiland, archeologische site, klein niet-beschermd erfgoed, erosiedam en bijbehorende erosiepoel, houtkant enzovoort). Met de term ’overeenkomst voor technisch beheer’ wordt een overeenkomst bedoeld, buiten de wet op de overheidsopdrachten, op basis waarvan een beheerder het technisch beheer van een of meerdere onroerende goederen van het Vlaamse Gewest op zich neemt, tegen een door het Vlaamse Gewest te betalen vergoeding of gratis, zonder dat de beheerder formeel huurder, gebruiker enzovoort, wordt of houder wordt van bijvoorbeeld het jachtrecht.
    Aangezien jaarlijks nieuwe onroerende goederen kunnen worden verworven krachtens de bepalingen van de wet 22.07.1970 op de ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van de wet, en lopende overeenkomsten jaarlijks stilzwijgend worden verlengd, is een permanente decretale bepaling nodig. De term jaarlijkse opzegmogelijkheid impliceert dat meerdere jaren ’stilzwijgende verlenging’ niet mogen resulteren in een noodzakelijk te respecteren opzegperiode.